wielrijschool, en in het bijzonderlijk voor dit doel gebouwde Velox (thans Zuiderbad), werd druk polo gespeeld. Maar de belangstelling taande, toen het wielrijden ophield het monopolie van betrekkelijk weinigen te zijn.
Want tusschen 1890 en 1900 was het fietsen een sport voor bemiddelden. Het gaf ook aanleiding tot wat men zou mogen noemen een pedalenparade. Eiken Zondagmorgen reden honderden fietsers, de élite van de stad, uren lang in het Vondelpark rond, dronken een kopje koffie in het Paviljoen of in het Melkhuis en reden daarna weder de lanen op en af, tot het tijd werd voor de lunch. Maar de auto kwam en de fiets werd gestadig goedkooper; thans kost een goed rijwiel minder dan voorheen een stel banden; en men kan den kleinen prijs met geringe bedragen af betalen. Vandaar is het, dat het de tram slecht gaat en de fietsers talrijk zijn als het zand der zee, zoodat het rijwielverkeer te Amsterdam den vreemdeling, die het aanschouwt, met stomme verbazing slaat.
Het is gewoonte in de dagbladen het schaakspel in de sportrubriek onder te brengen. Het voorbeeld wordt hier gevolgd en dus vermeld, dat het schaken, volgens een Duitschen wijsgeer „te veel spel voor ernst en te veel ernst voor spel,” hier altijd vrij vele beoefenaars heeft gehad. Uitblinkers in onze stad waren de heeren L. Gans en A. Speijer, van wie eerstgenoemde een even degelijk als onderhoudend didactisch boek over het spel heeft geschreven. Zij werden overvleugeld door Dr. Max Euwe, die in 1936 in een titanen-wedstrijd aan Dr. Aljechin het wereldkampioenschap ontwrong. Deze gebeurtenis deed groote belangstelling voor het schaken ontstaan, die zelfs tot de stichting van een schaakschool leidde. De vooruitzichten zijn voor dit spel dan ook zeer gunstig.
197