krijgen van den excentrieken en halsstarrigen eigenaar, den zonderling Mr. Floris van Hall. Het werd toen spoedig met den grond gelijk gemaakt. Waar de Parkschouwburg heeft gestaan, speelt de jeugd thans korfbal; en er wordt ook wel eens gemeetingd.
Van jongeren datum is het Rembrandt-Theater, op het Rembrandtplein. Geschiedenis heeft het niet. Geruimen tijd was er een operette-onder-neming, onder leiding van Max Gabriël, gevestigd. Thans is er een bioscoop.
Van het Theater Flora, in de Amstelstraat, is reeds terloops gewag gemaakt. Het was een stichting van den heer Nöggerath, oorspronkelijk impresario, en gewijd aan variété en revue. Leider was Leon Boedels, zelf variété-artist en in het bijzonder bekend om zijn verslaafdheid aan den hoogen zijden hoed, zonder welken geen mensch hem ooit heeft aanschouwd. Het gebouw werd door brand vernield en is sindsdien ruïne gebleven. Er bestaan plannen, om het, met aantrekking van belendende perceelen, te herbouwen in de gedaante van algemeen centrum van vermaak, theater, variété, restaurant, bioscoop, balzaal, daktuin enz. Naar het schijnt, is het daartoe benoodigde kapitaal in dezen crisistijd niet gemakkelijk te vinden, zoodat het grootscheepsche ontwerp vooreerst wel onuitgevoerd zal blijven.
Een paar jaren geleden werd Amsterdam met een nieuwen schouwburg verrijkt, een van zeer bescheiden afmetingen, het Leidscheplein-Theater, op den hoek van de Korte Leidschedwarsstraat. Het is te jong om geschiedenis te hebben. Het is een tempeltje van het cabaret en de revue.
Ten slotte het Paleis voor Volksvlijt.
Het was een schepping van den man, die er veel heeft toe bijgedragen om het half-doode Amsterdam van het midden der 19de eeuw tot herleving en activiteit te brengen: Dr. Samuel Sarphati. Te Londen was het hoofdgebouw van een in het Hyde Park gehouden tentoonstelling overgebracht naar de buitenwijk Sydenham en daar, onder den naam van Crystal Palace, ingericht tot permanente expositie-en vermaaks-instelling. Het Paleis voor Volksvlijt nu was gedacht als iets van gelijken aard, doch voornamelijk, zooals de naam aanduidt, om de nijverheid blijvende gelegenheid te geven tot het doen blijken van hetgeen zij vermocht en voortbracht. Aan dit doel heeft het slechts zelden, en dan nog op bescheiden schaal, beantwoord. Alras bleek het noodig andere wegen in te slaan. De enorme hoofdzaal werd door middel van gordijnen in tweeën gedeeld. De eene helft, met inbegrip van de ruimte onder den koepel, werd tot concertzaal bestemd, tot welk einde er een podium in gebouwd, en een
12 177