Amsterdam, die groote stad

Titel
Amsterdam, die groote stad

Jaar
1936

Druk
1936

Overig
1ed 1936

Pagina's
353



Oud-Commissarissen, de Adjudant der Koninklijke paleizen, toneeldichters en dichteressen, wier stukken zijn en worden ten tooneele gevoerd, benevens eenige personen ten dienste des gebouws, hebben van wege de Stad vrijen toegang. Gewone Schouwburgbezoekers betalen thans (d.i.

1845), nu de prijzen zijn verminderd, voor het balkon ƒ2.60, voor de loge ƒ 2.20, voor het eerste amphitheater ƒ 1.50, voor den bak (d.i. het parterre) ƒ 1.10, voor de eerste galerij 60, voor het derde amphitheater 50, en op de bovenste galerij 25 centen.”

Als men bedenkt, dat de waarde, de koopkracht van het geld in die dagen veel grooter was dan heden, dan mogen deze verminderde toegangsprijzen niet zeer laag worden genoemd.

De lagere rangen werden, en worden somtijds nu nog, genoemd naar de toegangsprijzen. Men zat „op de guldens”, „op de tien” (stuivers), „op de kwartjes”, hetgeen, wegens latere prijsverhooging, „het schellinkje” (ƒ 0.30) werd. Laatstgenoemde rang werd ook wel, doch nooit in den volksmond, de engelenbak, het daar aanwezige publiek „de engelen” genoemd.

Er was ook een claque, die echter niet bezoldigd werd, doch in ruil voor vrijbilletten als gangmaakster van het applaus werkzaam was. Deze gruwelijke instelling, te Parijs nog altijd in wezen, is hier gelukkig sinds lang verdwenen.

De Houten Kast werd later vervangen door een behoorlijk steenen gebouw, dat in 1890 door brand werd vernield, waarna op dezelfde klassieke plaats de tegenwoordige Stadsschouwburg verrees, die toen hij gebouwd werd reeds niet modern kon worden genoemd en thans in het geheel niet beantwoordt aan de eischen, aan een behoorlijken schouwburg gesteld, noch wat het tooneel, noch wat de orkestruimte, noch wat de zaal, de foyer enz. betreft.

Aan dezen schouwburg zijn vele roemruchtige namen verbonden. In schrijvers jeugd waren juist verdwenen of glansden nog in volle glorie: Kleine-Gartman, Veltman (de beroemde marqué of „verrajer”), Albrecht, Van Ollefen, Haspels, Kistenmaker, Van Zuylen, Tjasink, Roobol, e.a. De glansperiode waren de jaren, toen de Koninklijke Vereeniging Het Nederlandsch Tooneel, in de wandeling ,,’t Nederlandsch” genoemd, er ten troon zat. Het Fransche „salonstuk” overheerschte daar, doch het klassieke tooneelspel werd niet verwaarloosd, evenmin als het Fransche blijspel en de Duitsche klucht. Den ouderen Amsterdammers staan Mevr. Kleine, Louis en Frits Bouwmeester, De Jong, Claus, Sophie de Vries, Christina Stoetz, Christina Poolman, Marie Lorjé, Mina Weiman, Van

169

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.