gelijk aan de Londensche, met imperiale en twee plaatsen aan weerszijden van den hoog gezeten koetsier. Na eenige jaren legde zij de eerste tramlijn aan, Leidscheplein-Kerklaan, route Weteringschans, Frederiks-plein, Sarphatistraat, Weesperplein, Weesperstraat, Nieuwe Kerkstraat, Kerklaan hoek Middenlaan. Het was natuurlijk een paardentram. De rit kostte i21/2 cent. Kort daarna volgde de tweede lijn, Dam-Sarphatistraat (Kinderziekenhuis). Daarna volgden snel na elkander vele andere lijnen, van welke de meeste op den Dam hun eindpunt hadden. De stad was zoodanig voorzien van tramlijnen, dat men elkander de puzzle opgaf, hoe van Hajenius naar de Beurs te komen, zonder tramrails over te steken — hetgeen onmogelijk was.
Er waren kleine gesloten en open tramwagens met een paard, op de drukke lijnen groote met twee paarden — fraaie, sterke dieren uit de Ardennen. Een curieuze bijkomstigheid was, dat op sommige punten, zoo bij de Blauwbrug, bij de Muntsluis en bij de Hoogesluis, hulppaarden waren gestationneerd, die hielpen de tram tegen de hellingen optrekken; hunne bestuurders vertoonden groote behendigheid bij het springen op en van de balcons en het „in- en uitschakelen” hunner rossen.
Op den duur werd de ritprijs verlaagd tot 10 cents en 121/2 cent voor een tweeritskaart, die men „een passie”, afgeleid van passe-partout, noemde.
Toen tegen het einde van de jaren ’90 de concessie van de A.O.M. afliep, nam de gemeente, na veel strubbelingen, het bedrijf over en maakte onverwijld een aanvang met de electrificatie van het net. De eerste electrische lijn was Leidscheplein-Haarlemmerplein, door de Marnix-straat, voor welke de stroom werd geleverd door een expresselijk daarvoor gemaakte kleine centrale op de Brouwersgracht.
De A.O.M. heeft gedurende korten tijd concurrentie gehad van een tramomnibusdienst, die amphibie-voertuigen bezigde, trams op gewone wielen, dus zonder rails. De onderneming had een kortstondig bestaan.
In onze dagen heeft de omnibus haar her-intrede gedaan, nu niet met paarden-, doch met motortractie. Deze „bussen” worden bijna zonder uitzondering gebruikt in de nieuwe buitenwijken en voor de verbinding van deze met de binnenstad.
Het is de vraag, of de bus niet op den duur de tram zal verdringen. Het verkeer heeft namelijk een zeer grooten omvang aangenomen, in het bijzonder in de oude stad. Talloos zijn de automobielen, taxi’s, motorfietsen, bestel- en vrachtauto’s, die de stad van vroeg tot laat doorkruisen — om van de nog in grooten getale aanwezige handkarren en de
143