Amsterdam, die groote stad

Titel
Amsterdam, die groote stad

Jaar
1936

Druk
1936

Overig
1ed 1936

Pagina's
353



vele daarbij gekomen bakfietsen niet te spreken. Bij dit alles voegen zich de fietsers, die zich in tienduizendtallen door de stad bewegen en vooral in de vroege ochtend- en de namiddaguren een schouwspel leveren, als wellicht geen andere stad ter wereld, zelfs Kopenhagen niet, te aanschouwen geeft.

Voor zulk verkeer is een oude vestingstad niet geschikt te maken, tenzij men zou willen overgaan tot zeer radicale demping van grachten en verbreeding van straten, op zulk een schaal, dat zelfs de verwoedste vandalen er voor terugdeinzen. Er blijft dus niets anders over, dan het verkeer te voegen naar de stad — en dan moet de tram er uit verdwijnen, de tram, die reeds tot de alles behalve aantrekkelijke en weinig tot navolging verlokkende verbreeding van de Vijzelstraat aanleiding heeft gegeven. Het strijdt met alle verkeers-logica, een druk tramverkeer te leiden door enge straten als de Weesperstraat, de Muiderstraat, de Joden-breestraat, de St. Anthoniesbreestraat, de Utrechtschestraat, de Leidse he-straat, de P. C. Hooftstraat, den Willemsparkweg, en zelfs door breedere, als de Ferdinand Bolstraat. Of echter spoedig tot afschaffing van de tram zal worden overgegaan, is de vraag. Maar op den duur zal men wel het voorbeeld van Parijs en vooral van Londen moeten volgen: geen trams in het stadscentrum.

Dit alles betreft het verkeer in de stad zelve. Hierbij sluit zich het verkeer van de stad met hetgeen daar buiten ligt aan.

Toen Wijkmeester Meyer schreef, omstreeks 1840, was Amsterdam ongeveer één jaar met Haarlem door een spoorweg verbonden. Kort daarna werd de Rijnspoorweg naar Utrecht en Arnhem aangelegd, die na vele jaren in de Staatsspoorwegen zou worden opgenomen. Dit was het begin van het einde van trekschuiten en diligences, die vóór 1839 de verbinding van de hoofdstad met de buitenwereld onderhielden, nog vele jaren daarna stand hielden (men bedenke, dat eerst in 1874 de spoorwegverbinding met het Gooi, Amersfoort en het Oosten des lands tot stand kwam), geleidelijk verdwenen; nog tot recenten tijd namen trekschuiten een deel van het goederenvervoer voor hunne rekening.

Meyer geeft deze bondige opsomming van de middelen, met welke een eeuw geleden het verkeer tusschen Amsterdam en de buitenwereld werd onderhouden:

„Om nu de Vreemdelingen en Reizigers naar en van deze Stad te voeren, zijn er verscheide Reisgelegenheden, als daar zijn meer dan over de 100, 200 Veerschepen, Jaag- en Vrachtschuiten naar en van de meeste plaatsen van het Koningrijk. Ook waren er veele Postwagens op de voor

144

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.