Amsterdam, die groote stad

Titel
Amsterdam, die groote stad

Jaar
1936

Druk
1936

Overig
1ed 1936

Pagina's
353



Vertoond werd onveranderlijk het spel der lotgevallen van Jan Klaassen, waaraan dan ’s mans vrouw Trijn, Lange Pier, de Aanspreker, de Beul, de Zoete Dood van Pieroo, de Politie-agent en andere personages te pas kwamen. Of het zangspel in zijn geheel is bewaard gebleven, mag betwijfeld worden. Schrijver dezes herinnert zich slechts eenige fragmenten, van welke hij een enkele aan de vergetelheid zal ontrukken:

Jan (het sprekende evenbeeld van Punch, zooals men hem op het titelblad van het beroemde periodiek afgebeeld ziet — Punch en Judy zijn trouwens de Engelsche Jan en Trijn) verschijnt ten tooneele en deelt het publiek mede, dat hij onlangs in het huwelijk is getreden „in de Peperneutenkerk, bij dominé Aria Lankneus.” Hij beschrijft de bekoorlijkheden zijner echtgenoote, door te verklaren dat zij heeft ,,’n mondje als de mond van de Noordzee” en ,,’n neusie als de voorboegspriet van ’n oorlogsschip.” Hij wil haar aan het publiek voorstellen, roept haar bij name, doch zij blijft afwezig; hij roept nogmaals, met stemverheffing: „O Trijntje Jakkelemijntje Jansen, Grietje Lammertjespap, Truitje Pieterselie, kom ’r 5s na benede.” Als ook dit zijn uitwerking mist, vertrouwt Jan zijn auditorium toe: „As ’k ’r roep, dan komt ze niet, maar as ’k m’n oud lijfdeuntje van gisteren was ’k dronke en vandaag niet nuchter zing, komt ze van al de trappe tegelijk na benede rolle.” Hij zingt, en waarlijk, Trijn verschijnt. Onverwijld maakt zij haren echtvriend een ongezouten standje en vraagt hem nadrukkelijk wat hij gedaan heeft met de beide ringen, die hij des nachts van hare vingers heeft getrokken? Dan weerklinkt het volgende duet:

Jan. Voor die twee ringen haalde-n-’k zeve gulde,

En daarmee betaalde-n-5k al m’n schulde,

Ik gong d’r mee na Jan-oom toe,

De deur gaat ope, speelt kiekeboe.

Seg vrouw, 5k heb jou Soo menigmaal bekeke En al je looze streke,

Die stane mijn niet aan.

Trijn. Wat mot ’n mensch toch lije,

Van soo’n looze guit!

Jan. Kom laat je dan maar skije,

Dan is je lije-n-uit.

Jan geeft daarna zijn voornemen te kennen uit te gaan. Jan zegt, dat hij „na ’t labberetoriëm” moet, wegens proefnemingen met ,,’t asida

136

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.