Amsterdam, die groote stad

Titel
Amsterdam, die groote stad

Jaar
1936

Druk
1936

Overig
1ed 1936

Pagina's
353



Voorop staan daarbij de botboeren. Hun deftige naam was: Huizer Kruiers. Maar geen Amsterdammer heeft ooit deze uitdrukking gebezigd. Een buitenman was een boer; deze boeren verkochten bot; dus waren zij botboeren. Tot vóór dertig of veertig jaren behoorden zij tot de stoffeering van de Amsterdamsche straten. Zij vervoerden hun visch in een-wielige kruiwagens, welker handvatten in schouderzeelen hingen. Overal in de stad hoorde men hun roep: „Bo-o-ot, bót-bót,” het eerste woord langgerekt, de beide andere snel en abrupt. Een bekende eigenaardigheid van hen was, dat zij schromelijk overvroegen; zij verkochten voor zeg een gulden een hoeveelheid visch, voor welke zij het vier- of vijfvoudige hadden gevraagd.

Een andere eigenaardigheid was, dat zij, vermoedelijk om de huisvrouwen in verwarring te brengen, hun vraagprijs noemden in kwartguldens: „Negentien kwartjes, juffrouw.” Velen hunner verkochten buiten het bot-seizoen, of wanneer de aanvoer van dit product der Zuiderzee stokte, kaas, uien en andere eetwaren.

Zij waren bij de Amsterdammers zeer populair. In het verleden is dit anders geweest; toen stonden zij althans bij de Amsterdamsche vroedschap in wat men noemt het verdomboekje. De geschiedschrijver Van Ollefen (tweede helft 18de eeuw) vertelt van hen:

„Meestal wordt er (door Huizer visschers) bot gevangen; deeze wordt met karren langs de Vecht gevoerd, en ook niet weinig te Utrecht verkocht; eenige anderen zeilen met hunne vangst naar Zeeburg, waar zij dezelven in platte bennen op waagens laaden en ze daarmede rondom Amsteldam, in de Diemermeir en elders verkoopen; daar zij met hunne geladene wagentjes niet in Amsteldam mogen komen, droegen sommige van deeze visschers — hun voordeel met den verkoop binnen de stadspoorten meenende te kunnen doen — hunne bennen ter poorte in en ventten de bot langs de huizen uit; doch daar zij dus doende de marktpachten niet betaalden, wordt hen niet zelden alles wat zij te koop aanbieden afgenomen. Dit is buiten tegenspraak schadelijk; echter moet dat schadelijke minder zijn dan ’t voordeel ’t welk zij met de gezegde verkoop weeten te doen; want hoe dikwijls hun ook het lot van beroofd te worden moge treffen, ’t kan hun niet doen besluiten dien verboden handel te staaken.”

Men ziet thans nog wel eens Huizers, weinig in getal, met handkarren in de stad, maar de echte botboer met zijn kruiwagen behoort tot het verleden.

Er waren in wat de Amsterdammers den Jodenhoek noemen vele Jood-

133

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.