de 8e afdeeling Infanterie en het 3e Regiment Kurassiers in 1842 alhier in bezetting, de eerste in het Luthersche Weeshuis op de Lauriergracht, en de andere in de kazerne aan de Utrechtsche Poort, gelijk ook nog eenige Veteranen in de kazerne Oranje Nassau aan de Muiderpoort, van welke de Infanterie de Wachten aan het Paleis, de Waag op de Botermarkt enz. doet.”
De Schutterij werd lang geleden afgeschaft. In haar plaats kwam de Landweer, die, als zuiver militair corps, hier buiten bespreking blijft Zij heeft geen lang leven gehad.
Er is echter een schutterij in anderen vorm gekomen: de in 1918 opgerichte Vrijwillige Burgerwacht. Zij is gevestigd in het heerenhuis, dat de beroemde architect Vingboons voor burgemeester Huydecoper bouwde, op het Singel bij de Vijzelstraat. Van haar bemerkt men naar buiten niet veel, want zij oefent niet in het openbaar. Alleen wanneer zij auto-en motor-ritten organiseert, treedt zij in het licht. Voor haar doel: hulp bij handhaving van het wettig gezag, behoefde zij slechts éénmaal, toen enkele jaren geleden in den Jordaan relletjes voorkwamen, die zich aanvankelijk ernstig lieten aanzien, en dan nog in bescheiden mate, onder de wapenen te komen.
De herinnering aan de exercities van de Schutterij, bij ongunstige weersgesteldheid, op de Groote Koopmansbeurs, doet een andere opkomen, namelijk die aan het trommelen in hetzelfde gebouw. Beweerd wordt, dat de oorsprong daarvan ligt in het „buskruitverraad” in de 17de eeuw. Spaanschgezinden hadden een schuitje met ontplofbare stoffen gesmokkeld onder de Beurs op het Rokin. Een jongen, die met eenige kornuiten clandestien op de Beurs speelde, ontdekte dit bij het zoeken naar een verloren geraakten bal en maakte alarm. Aldus werd een ramp afgewend en konden de schuldigen gevat en gestraft worden. Uit erkentelijkheid werd allen Amsterdamschen jongens het voorrecht toegekend, gedurende eenige dagen in September op de Beurs te trommelen en te spelen. Van dit privilegie werd op ruime schaal gebruik gemaakt. Honderdtallen jongens maakten eiken dag met trommels, fluiten en trompetten een helsch geraas. Het oude gebruik verdween tegelijk met Zochers Beurs op den Dam. In Berlages Beurs op het Damrak mocht het niet geschieden, want tal van kantoren zijn in het gebouw gevestigd, ook zetelt er de Kamer van Koophandel, en derzelver occupeerders kon men onmoge lijk op uren lang helsch lawaai tracteeren. Toch is het jammer, dat aan het oude stukje karakteristiek-Amsterdamsche traditie een einde is gekomen. Tot de attributen der stad moeten zekerlijk ook de venters worden gerekend.
132