Amsterdam, die groote stad

Titel
Amsterdam, die groote stad

Jaar
1936

Druk
1936

Overig
1ed 1936

Pagina's
353



straat, St. Luciënsteeg en N.Z. Voorburgwal, met de fraaie poort aan eerstgenoemde straat, dragende de beelden der weezen en dit opschrift:

Wij groeijen vast, in tal en last,

Ons tweede vaders klagen,

Aij, ga niet voort door deze poort,

Doch help een luttel dragen.

De Burgerweezen droegen tot voor weinige jaren jassen en jurken in de kleuren der stad, rood en zwart, verticaal gescheiden, beide mouwen zwart. Zij, die het nooit hebben gezien, denken wellicht, dat de knapen en meisjes in zulke kleedij er potsierlijk moeten hebben uitgezien. Misschien was het ook wel zoo in de oogen van „buitenmenschen”. Geenszins echter voor den Amsterdammer. Zij werd ook niet beschouwd als een „liverei der armen”. Er was, integendeel, iets deftigs in gelegen, iets dat distinctie gaf. Want de Burgerweezen waren poorterskinderen, afstammelingen van oude Amsterdamsche geslachten. Mochten andere gestichts-weezen als „beweldadigden” worden beschouwd, met de Burgerweezen was dit geenszins het geval — evenmin trouwens met de Walenweezen uit het, thans verdwenen, fraaie huis D’ Oranjeappel. Boven de weeshuispoort vertoont het beeldhouwwerk de weezen in hunne tweekleurige dracht; Thérèse Schwartze en Van der Waaij hebben haar op menige schilderij vereeuwigd.

Merkwaardig was ook nog, dat de Portugeesch-Israëlietische weezen van het mannelijk geslacht op den Sabbath hooge zijden hoeden droegen, tot de kleinste mannekes toe. Voor ons land was dit wel vreemd, maar in Engeland dragen de leerlingen van de public schools te Eton en te Harrow zulke hoeden nog altijd.

Tot voor ongeveer zestig jaren waren er nog rabbijnen, die de i8de-eeuw-sche kleederdracht getrouw waren gebleven: kniebroek, zwarte kousen, lage schoenen met gespen, korte rok en steek. De rabbijnen en voorzangers van de Portugeesch-Israëlietische gemeente dragen zulke kleedij nog steeds, de beambten alleen een steek, doch alles uitsluitend inde synagoge. Eenige tientallen jaren geleden waren de aansprekers op soortgelijke wijze uitgedost; somtijds was aan den steek een lamfer bevestigd. Zij werden aansprekers genoemd in plaats van doodbidders, zooals zij elders veelal heeten, wijl zij buren, bloedverwanten enz. de sterfgevallen mondeling mededeelden. Maar het Amsterdamsche volk, sterk in het uitdenken van veelal rake bij- en spotnamen, noemde hen kraaien; en toen niet vele jaren geleden de eerste gemeentelijke autobus verscheen,

123

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.