Amsterdam, die groote stad

Titel
Amsterdam, die groote stad

Jaar
1936

Druk
1936

Overig
1ed 1936

Pagina's
353



particulieren van stroom voorzag. (Aan haar naam is het te danken, of te wijten, dat velen de dwaze gewoonte hebben, het electrisch licht „de electra” te noemen.) Zij werd later door de Gemeentelijke Electriciteits-werken (de naam is een germanisme) verdrongen. Langzamerhand veroverde de nieuwe bron van licht en kracht de stad. De wereldoorlog werd ten deze een groote stuwkracht. De toen heerschende kolenschaarschte noopte tot vermindering van gas- en vermeerdering van electriciteits-gebruik. Met medewerking van vele Belgische electriciens, die zich onder de geïnterneerde militairen bevonden, werd de geheele straatverlichting geëlectrificeerd. De huisverlichting volgde. Voor verlichtings-doeleinden wordt sindsdien te Amsterdam het gas niet meer gebezigd.

Alle Amsterdammers woonden in de stad. Forensen bestonden niet; het woord zelfs was onbekend. De rijken en deftigen woonden voornamelijk op de Heeren- en Keizersgrachten. De burgerstand op de niet voor den Jordaan gelegen gedeelten van de Prinsengracht, op enkele Jordaan-grachten (vooral de Bloemgracht) en de radiaalgrachten (Reguliersgracht, Leidschegracht enz.), alsmede op verschillende grachten in het oudste gedeelte der stad, de Burgwallen, de Oudeschans, de Gelderschekade, het Singel enz., doch ook in de winkelstraten, waarin zich veelal ook woonhuizen bevonden; om van de bovenhuizen niet te spreken.

Voor de bewaking der stad zorgden politie en nachtwachten.

Betreffende de politie zegt onze vriend de Wijkmeester geen woord. Hieruit mag echter niet worden afgeleid, dat in zijn tijd alle burgers zoo nauwgezet wetten en keuren naleefden, dat geen sterke arm noodig was en evenmin dat de overheid geen gewapende handhavers van het gezag tot hare beschikking had. Horatius verzekert ons, dat zelfs Homerus wel eens dutte; men mag het dus een eerzamen gemeente-ambtenaar, die zich vrijwillig de moeite gaf het intieme leven van stad en bevolking nauwkeurig, zij het ook ietwat bevooroordeeld en eenzijdig, te beschrijven, niet euvel duiden, dat hij een enkel punt aan zijn aandacht liet ontsnappen. Amsterdam had wel degelijk zijn politiecorps, welks leden dienders werden genoemd, een corruptie van dienaar (van den schout), welk woord waarschijnlijk specifiek Amsterdamsch is; want smeris werd ook elders gebruikt; en klabak, met klabakarium: politiebureau, is, althans was, een algemeen studentenwoord. Toen ongeveer zestig jaren geleden de politie werd gereorganiseerd, werd het képi-achtige hoofddeksel vervangen door een lederen helm met koperen monteering, hetgeen aanleiding gaf tot tijdelijke en gedeeltelijke vervanging van diender door koperen bout.

De politie was altijd bewapend met een hartsvanger; later kwam er een

120

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.