meerderd; en hoe zoude het wel niet zijn, indien men bij dit alles de voorvaderlijke voorspoed hadde, maar het ontbreekt veele en verreweg de meeste aan de noodige gelden, om hun zin aan de laatste smaak te voldoen.”
Dit laatste komt ook nu nog wel voor. Het zal wel altijd zoo geweest zijn, zelfs ten tijde van den „voorvaderlijken voorspoed”, die waarlijk niet allen gelijkelijk ten deel viel.
Intusschen weten wij nu hoe een kleine eeuw geleden de Amsterdammers er uit zagen, als zij zich op straat vertoonden en dus als het voornaamste attribuut der stad fungeerden. De kleedij heeft, wat de mannen betreft, niet veel wezenlijke verandering ondergaan; palm beach, tweed, serge, kamgaren enz. in velerlei patronen en tinten (nooit werkelijke kleuren) mogen de plaats van het zwarte en zeegroene laken hebben ingenomen, in den snit moge verandering zijn gekomen— nadat steek, kniebroek en rok verdwenen waren, heeft de mannenkleeding geen fundamenteele verandering ondergaan. De kleedij der vrouwen des te meer. Er zal hier geen poging worden gedaan tot beschrijving van dezen ontwikkelingsgang. Eenige hoogtepunten mogen echter vermeld worden. Ten eerste de crinoline oftewel hoepelrok, die in de jaren 1860-1870 de heerschende mode was. Ten tweede de tournure, zijnde een achter onder de jurk gedragen kussen; deze potsierlijke dracht ging vergezeld van nauw ingeregen taille en allerdwaast opgezette schouders, een en ander gewoonlijk bekroond door een matelot-hoed, boven op een haartoren in precaire positie geplaatst. Daarna kwam de sleepjurk, zóó lang, dat de draagsters haar met de hand moesten ophouden, om te voorkomen dat de straat er mede werd geveegd; daarbij werden hoeden gedragen van werkelijk reusachtige afmetingen, aan den haardos bevestigd door middel van vervaarlijke stalen naalden, die vooral in trams zoodanig gevaar opleverden, dat er in sommige steden politie-verordeningen tegen werden gemaakt. Verandering kwam, dank zij de moedige vrouwen, die het aandurfden zich te ver-toonen in hetgeen officieel reform-kleeding, in de wandeling hobbezakken (het woord is afkomstig van wijlen prof. Hector Treub) werd genoemd. Indien tegenwoordig meisjes en vrouwen bevrijd zijn van de leelijke, misvormende, onhygiënische kleeding van voorheen, zich nu vrij en gezond kunnen bewegen in eenvoudige, sierlijke dracht, gewoonlijk zonder corset-pantser, en tevens verlost zijn van de dwaze en ingewikkelde haarkapsels, dan danken zij dat aan de indertijd veel bespotte „reform-vrouwen”, die het bestonden het juk der mode-tyrannie af te schudden en zelfstandig haar weg te gaan.
118