Amsterdam, die groote stad

Titel
Amsterdam, die groote stad

Jaar
1936

Druk
1936

Overig
1ed 1936

Pagina's
353



hals en het zelve in een der zijzakken van het vestje of kamerzool zonder mouwen. En eindelijk in huis een pet, een huisjas of in het Engelsch bovenhemd en van zelfkant gevlochten pantoffels aan de voeten. De hoeden zijn meest alle waterproef gemaakt, dat is tegen de regen beveiligd, of een zoort van zijde op papier vastgemaakt, waardoor een hoed maar/4 a/ 5 komt te kosten, daar een vilten hoed vroeger op ƒ 14 a/15 te staan kwam. Het laken der rokken en jassen is meest gedecatiseerd of voor de regen beveiligd, door het laaken over een heeten rol te haaien.” Nu komt de vrouwenkleedij aan de beurt:

„Een kornet of Kenau Hasselaar of vloddermuts op het hoofd, of veele blootshoofds, met gevlogten haar, of zeer dikke van zijde of haar en met verwe zwart gemaakte toeren. Een japon of kleedje met zeer wijde mouwen, het katoen van vier of zes stuivers de el. Schoenen of halve laarsen zonder gespens en evenals de mannen pantalons. Om den hals een lange neerhangende ketting, hetzij van goud of valsch. Enkelde hebben nog juweele of goude ringen. Meestal wordt de vorm der kleeding enz. evenals bij de mannen geschikt naar de Modesplaten, welke voor hun uit Parijs gezonden worden. Vanhier dat hunne hoeden dan eens zeer groot, dan eens heel klijn zijn en met bloemen naar het saizoen verzierd zijn. Alles, tot de geringste van hun, is voorzien van een omslagdoek, hetzij van merinos of katoen; ook wordt door veele hunner bij hun uitgaan eene redicule aan den arm gedragen, hetzij als een doosje of mandje, waarin zich hetzij goud of zilver knipbeursje met geld, een zakdoek en eenig werkgereedschap bevinden. De meeste hunner zijn van een flacon of viesje met Eau de Cologne en van een doosje gevuld met pepermunt (voor de winden) voorzien.”

In het wezen der zaak is er niet veel veranderd. Want ook nu nog zijn de hoeden beurtelings zeer groot en zeer klein en de „redicule” is niet verdwenen; alleen de inhoud is vermeerderd met spiegeltje, poederlapje, lippenstift, kam enz.; daarentegen is de „pepermunt, voor de winden” verdwenen, doch de cigaret heeft deze plaats ingenomen.

Wijkmeester Meijer besluit zijn aan de kleeding der Amsterdammers gewijde hoofdstuk met de volgende verzuchting:

„Met de kleeding voor mannen en vrouwen is men zeer ver van de voorvaderlijke eenvoudigheid afgeweeken, toen een elk naar zijne staat gekleed ging; maar thans kleedt de knecht zich evenals zijn heer en het dienstmeisje als haar juffrouw of mevrouw, zoodat men weinig onderscheid meer zien kan. Het aantal der kleedermakers, naaisters, modemaaksters, modewinkels, hoedenmaaksters is hierdoor aanzienlijk ver

117

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.