Wijlen Dr. Wibaut vermeldt het volgenderwijs in zijn onlangs verschenen mémoires (het geldt het jaar 1875):
„Wij kwamen ’s avonds samen bij Roetemeyer, een bierhuis in de Amstel-straat tegenover het Grand Theater, waar de voorstelling werd gegeven. Roetemeyer onderscheidde zich toen door een prijs van tien cent voor een glas bier. In de zaal was altijd een koopvrouw aanwezig met een mand harde eieren aan haar arm. Zij verkocht ze voor 5 cent en pelde ze dan heel netjes met een lepeltje op verzoek van de klanten: „Truitje, pel me een ei.”
Die Port van Clevs, gewoonlijk De Poort van Kleef, of kortaf De Poort genoemd, was eveneens bier-, doch tevens eethuis. Echter niet deftig. Men at er van marmeren tafeltjes, zonder tafellaken, en de servetten waren van papier. Maar het eten was er voortreflijk, men werd er ongeloofelijk snel bediend en de prijzen waren matig. De kenmerkende eigenaardigheid van De Poort was, dat de kellners de bestellingen met luide stem riepen in de richting van het buffet, waarin een virtuoos stond, die de hem van alle richtingen toegeroepen orders in volgorde en met feillooze zekerheid luide herhaalde voor de opening, die het buffet met de keuken verbond: „twéé halve biefstukken, waarvan een met bleeke aardappelen en een met twee spiegeleieren er op — soep met worst — koffi-e-e.”
Het is er thans anders. Op de tafels liggen tafellakens en men krijgt linnen servetten. Boven is een zeer keurige eetzaal en er is ook een bodega. De jarenlang gehandhaafde porseleinen potten met zwavellucifers be-hooren tot het verleden, evenals de hooge porseleinen kachels. De bestellingen worden niet meer voce forte overgebracht en de echo zwijgt sinds lang. Maar de kellners hebben nog steeds groote witte schorten om de beenen, zooals Johan, Co en de overigen van de oude garde hebben gedaan, en wat er wordt opgediend, is goed als het altijd is geweest. Roetemeyers bierhuis werd, met eenige belendende perceelen, gesloopt; ter plaatse werd het Panopticum, wassen beelden-galerij en café-restaurant, gebouwd; thans bevindt er zich het Centraal Theater.
Eenige jaren te voren was een eindje verder in de straat, eveneens in een stalgebouw, een soortgelijk bierhuis geopend, dat, wegens de afmetingen der gebezigde bierglazen, De Groote Slok werd genoemd. Het werd even populair als Roetemeyer, overleefde het ettelijke jaren en onderging daarna hetzelfde lot: het werd, met andere huizen, gesloopt, om plaats te maken voor het Theater Flora, dat eenige jaren geleden door het vuur werd vernield en welks ruïne thans nog de Amstelstraat „siert”.
De Amsterdammers waren en zijn zeer zeker koffiehuis-mirmaars. Maar
107