de schietbaan aan den Zeeburgerdijk, bij de uitspanning Het Vosje (die bij het Tolhuis, van Claudius Civilis, was reeds te voren opgeruimd), verdwenen, zoodat „het schieten naar de schijf” geheel tot het verleden behoort. Ook het boogschieten wordt weinig meer beoefend. Zaterdagsche en Zondagsche uitstapjes — week end heet dit tegenwoordig, a 1’Anglaise — zijn algemeen geworden. De fiets, thans ook in toenemende mate de tandem, het motorrijwiel, de automobiel, het zeiljacht, de motorboot, de kano, alle dienen tot het maken van zulke tochten; alleen het „rijdtuig”, alsook de Bolderwagen of Jan Plezier is verdwenen.
Van de „tuinen”, die den Amsterdamschen wandelaars tot rustoord dienden en waarheen des zomers tal van gezinnen een dagje ontspanning zochten, bestaan nog slechts: Schinkelhaven, aan den Amstelveenscheweg, en Het Kalfje, aan den Buiten-Amstel. De Berebijt, aan de Utrechtschezijde (Amsteldijk) werd eerst veranderd in een stads-café en is thans een taxigarage, die zich, om ondoorgrondelijke redenen, Berebeit noemt, met een ei. De IJsbreeker, aan de Weesperzijde, is sinds lang een gewoon café geworden. Eik en Linde, aan de Middenlaan, eveneens. Geheel verdwenen zijn: De Fransche Tuin en De Griekentuin, aan de Middenlaan; De Room-tuinen, buiten de Muiderpoort; Het Vosje, aan den Zeeburgerdijk; Oud-Roosenburg, een voormalige buitenplaats, aan den Middenweg, Watergraafsmeer (maakt thans deel uit van de Nieuwe Oosterbegraafplaats); De Stadlander, aan de Boerenwetering; Claudius Civilis, aan de Bui:.en-schans (thans Nassaukade, ter hoogte van de Jacob van Lennepstraat); Tivoli, aan den Spaarndammerdijk. Men legt thans overal in en om de stad parken en plantsoenen aan; de oude, hier genoemde lusthoven, had men gemakkelijk voor openbare parken kunnen bestemmen; doch in de tweede helft van de 19de eeuw, hoogtij der grond- en bouwspeculanten, dacht de overheid aan zulke dingen niet.
Tot de geliefkoosde uitspanningsplaatsen behoorde ook het Tolhuis, over het IJ, een lommerrijk oord, waar des zomers de kapel van het 7de Regiment concerten gaf. Thans staat daar ook het IJ-paviljoen.
Aan den Overtoom, toen een smalle vaart, bevonden zich eveneens verschillende theetuinen, waar, volgens het bekende liedje, „zoete mellekie met room” werd genoten, doch waarschijnlijk ook wel andere vochten geschonken en gedronken zullen zijn geworden.
De Amsterdammers gingen zelfs in die dagen, toen de meeste zooeven genoemde voertuigen niet bestonden en ons land slechts één spoorweg, van Amsterdam naar Haarlem, kende, ja nog veel vroeger, wel verder van huis dan naar de Meer, al werd een tocht daarheen, lang te voren be
102