HISTORISCH OVERZICHT
van Rabbijn Mozes ben Maimon - afgekort als Rambam (1135-1204). Deze codificatie heet Misjne Tora (herhaling van de Tora). Behalve bij de Jemenitische }oden is deze codificatie niet gezaghebbend gebleken. Desondanks is het een meesterwerk door zijn oorspronkelijk nieuwe classificatie en het duidelijke taalgebruik. Het bestaat uit veertien delen en wordt ook wel Yad genoemd (de letters Y D hebben als getalswaarde 14 - het aantal delen van het boek).
De tweede grote codificatie was de Sjoelchan Aroech (= Gedekte Tafel) van rabbijn Josef Karo (1488-1575), waarin hij de Sefardische (Spaans-Portugees-Noord-Afrikaans) regels en gebruiken vastlegde. Rabbijn Mozes Isserles (afgekort als Rema, Polen 1525-1572) vulde dit aan met de regels en gebruiken van de Asjkenazische (Duits-Poolse) Joden. Zijn aanvulling wordt Mappa (= Tafelkleed) genoemd. Door deze aanvulling ontstond er een codex die acceptabel was voor alle Joden.
De Sjoelchan Aroech, afgekort S.A., is gemodelleerd volgens een samenvattend commentaar op het daaraan voorafgaande werk van de Duits-Spaanse rabbijn Jakob ben Asjer (1270-1340) genaamde de "Arba'a Toeriem", de Vier Kolommen, en is onderverdeeld in vier gebieden:
1. Orach Chajiem (Het Pad van het Leven): de regels met betrekking tot de Sjabbat, de Feestdagen en de dagelijkse rituelen.
2. Yore De-a (Kennis Onderwijzen): regels met betrekking tot het kasjroet en andere diverse juridische zaken.
3. Even Ha-ezer (De Steen der Hulp): regels aangaande het familierecht, inclusief de financiële regels daarvan.
4. Chosjen Misjpat (De Borstplaat van het Recht): regels betreffende de inrichting van de rechtspraak in ruimste zin.
Een verwijzing naar een regel in de Sjoelchan Aroech geschiedt ook via afkortingen: S.A.C.M.26 verwijst naar paragraaf 26 in het deel Chosjen Misjpat van de Sjoelchan Aroech.
25