BIJLAGEN
Chaloets ha-naa'al (3%). 1.4S. Slot.
1. De Rabbinale rechtbank verklaart de tot leviraat verplichte vrouw dat zij nu met een ander mag trouwen, behalve met een koheen.
[Bij een mannendoodster (katlanit) vervalt dit].
2. De Rabbinale rechtbank spreekt nu het volgende uit:
Moge het G'ds wil zijn dat geen Joodse vrouwen meer tot deze situatie zullen komen, noch tot chalitza, noch tot leviraatsplicht (Jehie ratson sheelo tavoona od benot Jisrael lo liedee chalitza velo liedeejïboem).
3. Bij het opstaan zegt de Voorzitter:
Gezegend is Hij die ons geheiligd heeft door zijn geboden en door de wetten van onze Vader Avraham. (Baruch asher kiedeshanoe bemitswotav ve-choekav shel Avraham Avinoe.)
4. Voorzitter verzoekt de tot leviraat verplichte zwager hem de schoen te schenken. De tot leviraat verplichte zwager legt de schoen op de grond; de Voorzitter tilt de schoen dan drie handbreedtes op.
209