BIJLAGEN
N.N., en ik zal de scheidingsbrief schrijven met de gedachte dat de echtgenote N.N., dochter van N.N. van haar echtgenoot N.N., zoon van N.N. door dit document echtelijk gescheiden zal worden. Deze verklaring heb ik afgelegd, en met de bedoelde gedachte de scheidingsbrief geschreven.
14. Voorzitter tot de schrijver:
Waren deze getuigen aanwezig bij het schrijven van de eerste regel van deze
scheidingsbrief?
Schrijver:
Ja.
15. Voorzitter tot de getuigen:
Getuigen, N.N., zoon van N.N. en N.N. zoon van N.N., hebt u gehoord dat deze echtgenoot, voor hij de schrijver opdracht gaf deze scheidingsbrief te schrijven, iedere uiting, handeling of daad, door hem verricht, zowel als elke andere verklaring, vroeger door hem afgelegd, waardoor de wettelijke kracht van deze scheidingsbrief vernietigd of verzwakt zou kunnen worden voor ongeldig en nietig heeft verklaard?
Getuigen: ƒ«
16. Voorzitter tot de getuigen:
Hebt u gezien dat deze echtgenoot het perkament, de inkt, de pen, de inktpot en het andere schrijfgerei aan de schrijver van de scheidingsbrief heeft overhandigd met het doel de scheidingsbrief te schrijven. Getuigen: Ja
17. Voorzitter tot de getuigen:
Hebt u gehoord dat deze echtgenoot de schrijver opdracht gaf om de
scheidingsbrief te schrijven met de gedachte dat door dit document deze
vrouw van hem gescheiden zal worden?
Getuigen:
Ja.
18. Voorzitter tot de getuigen:
Hebt u gehoord dat de schrijver voor het schrijven van de scheidingsbrief uitdrukkelijk gezegd heeft: Ik zal deze scheidingsbrief schrijven voor NN., zoon van N.N., om hem daardoor te scheiden van zijn echtgenote N.N., dochter van N.N.; en ik zal hem schrijven met de gedachte, dat door dit document deze vrouw van haar echtgenoot gescheiden zou worden? Getuigen: Ja
19. Voorzitter tot de getuigen:
193