OVERZICHT VAN HET JOODSE HUWELIJKS- EN ECHTSCHEIDINGSRECHT
Weet u zeker, door een bepaald kenmerk, dat deze scheidingsbrief dezelfde
is die de bedoelde schrijver geschreven heeft op het perkament en de inkt en
de pen en met gebruikmaking van de inktkoker en de andere
schrijfgereedschappen, die aan deze echtgenoot behoren?
Getuigen:
Ja.
20. Voorzitter tot de getuigen:
Was u aanwezig, in elk geval bij het schrijven van de eerste regel van deze
scheidingsbrief?
Getuigen:
Ja.
21. Voorzitter tot de getuigen:
Lees met mij samen de scheidingsbrief
22. Voorzitter tot ieder der getuigen:
U getuige, N.N., zoon van N.N., is dit uw handtekening?
Getuige:
Ja.
23. Voorzitter tot ieder der getuigen:
Heeft u deze echtgenoot opgedragen om de scheidingsbrief te tekenen?
Getuige:
Ja.
24. Voorzitter tot ieder der getuigen: Luidde deze opdracht aldus:
Teken deze scheidingsbrief met de gedachte dat door dit document N.N., dochter van N.N., mijn echtgenote, van mij gescheiden zal worden? Getuige: Ja.
25. Voorzitter tot ieder der getuigen:
Hebt u aan deze opdracht volkomen beantwoord?
Getuige: ƒ«
26. Voorzitter tot ieder der getuigen:
Hebt u de scheidingsbrief getekend in aanwezigheid van de andere getuige?
Getuige:
Ja.
27. Voorzitter tot ieder der getuigen:
Hebt u voor het tekenen uitdrukkelijk verklaard dat u aan de opdracht van
de echtgenoot in alle opzichten zult voldoen?
Getuige:
Ja.
194