OVERZICHT VAN HET JOODSE HUWELIJKS- EN ECHTSCHEIDINGSRECHT
Ja.
7. Voorzitter tot de schrijver:
Heeft hij u opdracht gegeven de scheidingsbrief te schrijven?
Schrijver:
Ja.
8. Voorzitter tot de schrijver:
Heeft de echtgenoot N.N., zoon van N.N. u opdracht gegeven de
scheidingsbrief te schrijven, met het doel dat daardoor deze vrouw N.N.
dochter van N.N. van hem gescheiden zou worden?
Schrijver:
Ja.
9. Voorzitter tot de schrijver:
Heeft de echtgenoot u deze opdracht in aanwezigheid van deze getuigen
gegeven?
Schrijver:
Ja.
10. Voorzitter tot de schrijver:
Hebt u die opdracht volledig vervuld, en hebt u de scheidingsbrief geschreven met de gedachte dat daardoor deze vrouw N.N., dochter van N.N. van haar echtgenoot N.N., zoon van N.N. gescheiden zou worden? Schrijver:
7«
11. Voorzitter tot de schrijver:
Hebt u onmiddellijk voor het schrijven duidelijk verklaard dat u een
scheidingsbrief zou schrijven, met de gedachte dat daardoor deze vrouw
N.N., dochter van N.N. van haar echtgenoot N.N., zoon van N.N.
gescheiden zou worden?
Schrijver:
Ja.
12. Voorzitter tot de schrijver:
Hebt u die verklaring afgelegd in tegenwoordigheid van deze getuigen?
Schrijver:
Ja.
13. Voorzitter tot de schrijver: Hoe luidde deze verklaring? Schrijver:
De verklaring die ik heb afgelegd luidde:
Getuigen, N.N., zoon van N.N. en N.N. zoon van N.N., luister naar het volgende: Ik zal deze scheidingsbrief schrijven met het doel dat NU., zoon van N.N. door dit document zal scheiden van zijn vrouw N.N., dochter van
192