BIJLAGEN
Echter, de Chelkat Mechokek4®3 (Even HaEzer 102) lijkt een mening op naam van de BaCH aan te halen volgens welke de gebruikelijke praktijk in deze gebieden is dat de vrouw geen enkel onvrijwillig voorrecht dat zij geniet wordt ontnomen. En aangezien het recht op inkomsten beschouwd wordt als een onvrijwillig voorrecht, kan de man eisen dat wij handelen in overeenstemming met de gebruikelijke praktijk in deze gebieden, en dan heeft hij dus geen aanspraak op haar inkomsten, die een onvrijwillig voorrecht vormen.
Bovendien, in Sjoelchan Aroech (Even HaEzer 69:6) is de beslissing gecodificeerd dat als de vrouw bedingt dat de echtgenoot geen van zijn gebruikelijke geldelijke rechten op haar bezit kan doen gelden, dit beding rechtsgeldig is. Het is dus mogelijk vóór het huwelijk te bedingen dat in het geval van een burgerlijke scheiding de man niet de aanspraken heeft die hij gewoonlijk wel heeft, d.w.z. niet op haar inkomsten, niet op het vruchtgebruik van haar nichsei mulug en niet op haar boedel, zoals wordt uiteengezet in Sjoelchan Aroech (Even HaEzer 69:7), maar toch is hij verplicht haar onderhoud naar behoren te verschaffen, want hij belet haar te hertrouwen. Nu lijkt het mij dat dit voorstel bepaalde voordelen heeft in vergelijking met het voorstel dat u stuurde, want het laatste is in strijd met de opvatting van de Rema (S. A., Even HaEzer 134:4). Daarentegen zou ons voorstel, zoals opgemerkt, in overeenstemming zijn met de Halacha. Ik heb voorgesteld dat de echtgenoot verplicht is $ 2000,- per week te betalen, voor onderhoud, met inbegrip van eten en kleren. Begrijpelijkerwijze zou het precieze bedrag afhankelijk zijn van de geldelijke situatie van de echtgenoot, in overeenstemming met de regel dat de sociale en economische status van de vrouw wél stijgt, maar niet daalt met die van haar man. Toch is er nog een twijfelzone met betrekking tot de vraag of dit "wel stijgen maar niet dalen" ook van toepassing is op een vrouw die door toedoen van haar man niet kan hertrouwen, aangezien het hier zoals boven uiteengezet een nieuwe verplichting betreft. Het is mogelijk dat de regel "wel stijgen maar niet dalen" slechts geldt voor gevallen waarin de onderhoudsverplichting voortvloeit uit de status van de vrouw als getrouwde vrouw, maar in elk geval kan de echtgenoot verplicht worden onderhoud te verschaffen in overeenstemming met zijn sociaal-economische status, en dit is ook van toepassing op een vrouw die door toedoen van haar man niet kan hertrouwen. Bovendien kan volgens ons voorstel de man zich tot een
185