OVERZICHT VAN HET JOODSE HUWELIJKS- EN ECHTSCHEIDINGSRECHT
hertrouwen heeft zij het recht, onderhoud te eisen. Zie Deroesj Ve-Chiddoesj van R. Akiva Eger ("Ketavim," 91b), die uit de Magen Avraham citeert dat als zij een buitenechtelijke relatie had, in het geval waarin de echtgenoot niet verplicht is van haar te scheiden, hij verplicht is haar eten en kleren te verschaffen, en R. Akiva Eger merkt hierover op: "De waarheid is dat ik de woorden van de Magen Avraham niet kan begrijpen, want door haar daden is zij nu verboden voor hem, dus er is geen onderhoudsverplichting, zie het tractaat Yewamoth"
De bedoeling van de Magen Avraham lijkt te zijn dat, aangezien de echtgenoot niet van haar wil scheiden, hij haar dus belet te hertrouwen, en dat deze verplichting daarom een nieuwe onderhoudsverplichting vormt, die niet ontstaat uit haar status als getrouwde vrouw, maar uit het feit dat hij haar dus belet te hertrouwen. Daarom bestaat deze verplichting zelfs als de breuk in het huwelijk door haar eigen daden veroorzaakt is, want hij heeft tenslotte het recht om van haar te scheiden. En de uitspraak in bYew. 85a met betrekking tot verboden huwelijken, dat zij niet de volledige rechten op haar onderhoud heeft, omdat zij zich kan verzetten tegen de wens van haar man om van haar te scheiden als de man wel bereid is van haar te scheiden en zij dat niet wil, dit slaat duidelijk op onderhoud dat haar verschaft wordt omdat zij getrouwd is. In dat geval belet hij haar niet te hertrouwen en daarom heeft zij geen aanspraak op onderhoud, want zij kan zich tegen hem verzetten.
En dan nu de onderhavige situatie. Het lijkt zo te zijn dat, als er een scheiding volgens burgerlijk recht is en de man weigert haar een echtscheiding toe te staan, indien hij bij de huwelijkssluiting de verplichting gekregen heeft haar een vastgesteld bedrag te betalen voor haar onderhoud met inbegrip van kleren en een plek om te wonen, deze verplichting volgens de Halacha blijft gelden, want hij belet haar te hertrouwen. En zelfs als haar eigen daden de oorzaak zijn van deze burgerlijke scheiding, zoals wanneer zij een buitenechtelijke relatie is aangegaan, is hij volgens de Magen Avraham verplicht haar eten en kleren te verschaffen.
Maar in de opvatting van de bovengenoemde Risjoniem lijkt het zo te zijn dat, zelfs als hij haar belet te hertrouwen, als hij haar onderhoud verschaft hij ook recht heeft op haar inkomsten, en als zij werkt en haar eigen kost verdient kan de man dus eisen haar inkomsten te incasseren, en ook kan hij stellen dat hij haar haar eigen inkomsten laat in ruil voor ontslagen te worden van zijn verplichting tot haar onderhoud.
184