OVERZICHT VAN HET JOODSE HUWELIJKS- EN ECHTSCHEIDINGSRECHT
bevoegde rabbijnse rechtbank wenden om gehele of gedeeltelijke ontheffing te vragen van het voor onderhoud vastgestelde bedrag. Ik wil benadrukken dat ons voorstel als het ware slechts een obiter dictum is, en dat het niet mijn definitieve halachische opvatting over deze kwestie geeft. Het uitspreken van een halachische opvatting in deze zaak is voorbehouden aan de Tora-autoriteiten in Amerika die zich bezig houden met de praktische halachische beslissingen voor Amerikaanse joden, en is in het bijzonder het terrein van mijn hooggeachte collega, de autoriteit par excellence van het Amerikaanse continent, Maran R. Moshe Feinstein, shlita, en zoals hij beslist zo zij het.
HaRav Ja'acov Betsalel Zolty, Opperrabbijn en Hoofd der Godsdienstige Gerechten, Jeruzalem.
186