BIJLAGEN
Het blijkt duidelijk uit zijn woorden dat een vrouw wier echtscheiding van twijfelachtige rechtsgeldigheid is, geacht wordt de status te hebben van een getrouwde vrouw en dat haar man verplicht is jegens haar aan alle geldelijke bepalingen van de ketoeba te voldoen; als zij overlijdt dan erft hij op grond van de bestaande twijfel al haar bezit. De reden hiervoor is dat, aangezien haar echtscheiding van onzekere rechtsgeldigheid is, zij nog steeds in elk opzicht met betrekking tot geldelijke zaken zijn vrouw is.
Uit de woorden van Raavad in zijn kritiek op de Rif op bKet. 63a, die de Yerushalmi aanhaalt, kunnen we ook concluderen dat hij, zelfs al voordat hij haar een ketoeba geeft, al verplicht is haar te onderhouden, en hij schrijft daar o.a.:
"Daarom, ook al heeft hij haar geen ketoeba gegeven, zij hebben een juridische band, hij heeft bepaalde aanspraken tegenover haar, nl. haar inkomsten in ruil voor zijn verplichting om haar onderhoud te verschaffen, enz."
De Raavad lijkt consequent te zijn in zijn opvatting, want hij schrijft ad Hilch. Nachalot 1:9 dat in het geval van een vrouw wier echtscheiding van twijfelachtige rechtsgeldigheid is haar man haar boedel erft, en dit zegt ook de bovengenoemde Ramach, dat hij wegens de twijfel al haar bezit erft, d.w.z. met betrekking tot alle geldelijke aspecten van het huwelijk wordt zij beschouwd als zijn echtgenote. De Raavad schrijft dat dit ook de opvatting van de Yerushalmi is: ook al heeft hij haar nog niet haar ketoeba gegeven, met betrekking tot geldzaken wordt zij in elk opzicht als zijn vrouw beschouwd.
Het moet echter worden opgemerkt dat de Rambam in Hilch. Nachalot 1:9 schrijft dat de man niet de boedel van zijn vrouw erft als haar echtscheiding van twijfelachtige rechtsgeldigheid is, en dat zij dan geen aanspraak kan maken op betaling van enige bepaling van haar ketoeba, zoals hij in bovengenoemde Hilch. Geroesjien 6:30 schrijft en het feit dat hij verplicht is haar onderhoud te verschaffen, is een nieuwe verplichting die hem toevalt doordat hij haar belet te hertrouwen. Aldus kunnen we ook hier zeggen dat hij, zoals uiteengezet, jegens haar geen aanspraken heeft.
De essentiële basis waarop de onderhoudsverplichting rust, is dus dat hij haar belet te hertrouwen. Maar dit geldt niet alleen voor een vrouw wier echtscheiding van twijfelachtige rechtsgeldigheid is, maar ook voor een vrouw die zonder enige twijfel zijn echtgenote is; zolang hij haar belet te
183