Joods huwelijks- en echtscheidingsrecht

Titel
Joods huwelijks- en echtscheidingsrecht

Jaar
2002

Druk
1994

Overig
1ed 1994

Pagina's
249



OVERZICHT VAN HET JOODSE HUWELIJKS- EN ECHTSCHEIDINGSRECHT

Zie Or Same'ach1 (Hilch. Isjoet 10:12), waar twijfel over deze zaak tot uitdrukking komt.

Het blijkt zelfs volgens de Ritva zo te zijn dat, als de huwelijksdatum aanbreekt en zij nog niet getrouwd zijn, hij verplicht is haar te onderhouden, en haar inkomsten en eventueel erfgoed dat zij van haar familie ontvangt van hem zijn. Dat geldt, zo schrijft hij, "als was zij met hem getrouwd", d.w.z. zij wordt gebonden door de wetten die betrekking hebben op een getrouwde vrouw, en daarom schrijft hij dat de man verplicht is alle bepalingen van de ketoeba te betalen en dientengevolge de rechten verwerft op haar inkomsten en op eventueel erfgoed dat zij van haar familie ontvangt, in overeenstemming met de regels die voor een getrouwde vrouw gelden. Maar in het geval van een vrouw wier echtscheiding van twijfelachtige rechtsgeldigheid is, waarover de Magid Misjne zoals boven aangehaald schrijft dat zij volgens de Rambam geen recht kan laten gelden op betaling van al de bepalingen van de ketoeba, maar alleen op onderhoud, geldt dat haar status niet die van een getrouwde vrouw is en daarom kan hij geen rechten laten gelden op haar inkomsten en eventueel erfgoed dat zij van haar familie ontvangt.

Echter, de Sjitah Mekoebetzet (bBM 12b s.v. ule-inyan pesaq) schrijft:

"De Remah schrijft dat de goederen die gevonden worden door een vrouw wier echtscheiding van twijfelachtige rechtsgeldigheid is van haar zijn, maar tegelijkertijd is haar man verplicht haar onderhoud te verschaffen. En ook is hij verplicht alle geldelijke bepalingen van haar ketoeba na te komen. Als zij overlijdt dan erft de veronderstelde echtgenoot, wegens de twijfel of zij werkelijk rechtsgeldig gescheiden was, al haar bezit, maar het is waarschijnlijk [karov lomar] dat hij, als zij gevangen gehouden wordt, niet verplicht is haar vrij te kopen, aangezien de vraag speelt of zij wel van hem gescheiden is en de zin: "Ik zal je als echtgenote terugnemen" niet van toepassing is. Evenzo verwerft hij niet het vruchtgebruik van de bezittingen die hij tijdens het bestaan van het huwelijk beheert, want hij heeft haar een echtscheiding verleend, ook al is deze van twijfelachtige rechtsgeldigheid. En het is mogelijk dat, aangezien haar echtscheiding van onzekere rechtsgeldigheid is, zij nog steeds in elk opzicht met betrekking tot geldelijke zaken als zijn vrouw beschouwd wordt, afgezien van de kwestie van zijn rechten met betrekking tot eventueel erfgoed dat zij ontvangt van haar familie."

182

1  Novelle op bBK en bBM door Meir Simcha HaKohen van Dvinsk (1843-1926).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.