BIJLAGEN
"De vrouw wier echtscheiding van twijfelachtige rechtsgeldigheid is, enz. maar die niettemin zolang haar man leeft het recht heeft onderhoud te eisen totdat haar een rechtsgeldige echtscheiding verleend wordt".
Let wel dat hij schreef "zij heeft" het recht om onderhoud te eisen, terwijl hij in Hilch. Geroesjien 6:30 (zie boven) schreef: "Hij is verplicht haar onderhoud te verschaffen". Dat wil dus zeggen: dit geval van een echtscheiding van twijfelachtige rechtsgeldigheid heeft geen betrekking op de status van een vrouw als echtgenote, maar zij heeft het recht om onderhoud te eisen totdat zij rechtsgeldig gescheiden is, niet aan twijfel onderhevig, en dit is een nieuwe verplichting die op de echtgenoot rust, omdat zij aan hem gebonden is.
Dienovereenkomstig lijkt hij geen rechten op haar inkomsten te kunnen laten gelden, wat normaal gesproken een van de voorrechten van de echtgenoot is, ook al onderhoudt hij haar. Dit aangezien zijn verplichting niet voortvloeit uit haar status van getrouwde vrouw, maar het is een nieuwe verplichting om haar te onderhouden, omdat hij haar belet te hertrouwen. Let wel dat de Rosj (aangehaald in bovengenoemde Sjita Mekoebetzet) schrijft:
"Het komt overeen met het geval dat de voor het huwelijk vastgestelde datum aangebroken is en zij nog niet getrouwd zijn, in welk geval hij zijn verloofde moet onderhouden."
In dit opzicht bestaat er meningsverschil tussen de Risjoniem met betrekking tot de vraag of de man rechten op haar inkomsten kan laten gelden: de Sjita Mekoebetzet (bKet. 107b s.v. ve'i) haalt een mening aan op naam van Ra'ah dat met betrekking tot een verloofde vrouw de aanstaande echtgenoot geen recht op haar inkomsten heeft zolang zij niet met hem getrouwd is, maar toch moet hij haar onderhouden als de datum van het huwelijk is aangebroken en zij niet getrouwd zijn. Echter, in Chiddusjei Ritva op bKet. 57a schrijft de auteur:
"Zij mag zichzelf uit zijn bezit onderhouden, dat wil zeggen zij mag eten van zijn bezit en hij is verplicht haar te onderhouden. Dat geldt voor haar kleren en onderhoud als was zij met hem getrouwd, 48'en hij heeft ook recht op eventueel erfgoed dat zij van haar familie ontvangt en op haar inkomsten, als waren zij getrouwd".
481 Letterlij'k: "als was zij onder de choepa gegaan"
181