OVERZICHT VAN HET JOODSE HUWELIJKS- EN ECHTSCHEIDINGSRECHT
verklaring zijn waarom de Sjoelchan Aroech de nietigverklaring van een huwelijk in het algemeen op praktische gronden verbiedt.1 Anderzijds kan, gegeven de urgentie van de omstandigheden, een rabbijn een beslissing nemen die het best tegemoet komt aan de eisen van dat moment en die plaats. Een sprekend voorbeeld betreft het lot van in een oorlog gevangen genomen Joodse vrouwen. In de Misjna2 staat als regel geformuleerd dat, als een Joodse vrouw gevangen wordt genomen door niet-joden in een situatie waarin zij vermoord kan worden, het haar verboden is nadien terug te gaan naar haar echtgenoot. De rationale hiervoor is, dat zij zeer waarschijnlijk sexueel werd misbruikt teneinde aan een zekere dood te ontkomen. Dit betekende dat vrouwen liever gedood werden dan misbruikt als zij dachten dat misbruik hun huwelijk zou vernietigen. Er is echter ook een regel3 op grond waarvan een vrouw niet als martelares (voor de kuisheid van haar gezin) hoeft op te treden. De oplossing van de Rema is, dat in een dergelijk geval het huwelijk nietig werd verklaard zodat de vrouwen konden terugkeren naar hun echtgenoten:
"In een besluit in Oostenrijk genomen door wijze mannen (al pi gedoliem) mochten deze vrouwen nadien teruggaan naar hun echtgenoten, zelfs als deze koheen was. Naar het mij voorkomt is het mogelijk dat deze wijze mannen hun besluit namen op grond van niet enkel juridische redenen maar ook op de grote nood van die tijd (tsorech sja'a). Zij baseerden hun besluit op het principe dat het Beth Din de bevoegdheid heeft om huwelijken nietig te verklaren en dusdoende werden deze vrouwen als niet gehuwd beschouwd."4
In het Romeinse recht speelde dit vraagstuk nauwelijks een rol gelet op de wijze waarop zeer eenvoudig echtscheiding kon worden verkregen: men verstootte of verliet de vorige echtgenote en huwde een ander4®1.
Ook naar Nederlands recht kan een huwelijk nietig worden verklaard. De hoofdregel is dat een voltrokken huwelijk niet van rechtswege nietig is, er
164
1 S.A.E.H. 28:21.
2 mKet.27.
3 bSanh. 74b
4 Commentaar van de Rema op de TUR, geciteerd door David Novak, "Annulment", noot 434, pp. 204/205.