OVERZICHT VAN HET JOODSE HUWELIJKS- EN ECHTSCHEIDINGSRECHT
voorbeelden een metafoor zijn en ook andere gedragingen of karaktertrekken bij een der partijen desgevraagd aanleiding kunnen zijn om een huwelijk te vernietigen.
Voorbeelden van deze gedragingen kunnen zijn; geestelijke wreedheid, overspel (welk gedrag in dit aidstijdperk meer dan ooit het leven van een vrouw in gevaar kan brengen), mishandeling, criminele activiteiten en sadisme wat zich kan uiten in het weigeren om een get te geven.
Deze gedragingen zijn in het algemeen onbekend voor de vrouw en navraag voor het huwelijk is een merkwaardige eis. Evenals de stelhng1dat bij ontdekking er onmiddellijk echtscheiding door de vrouw moet worden aangevraagd, omdat ze anders geacht wordt er mee te kunnen leven. Deze eis gaat voorbij aan de praktijk dat in vele gevallen de vrouw, na belofte van beterschap door de man of op aandringen van het Beth Din zich te verzoenen, het huwelijk nog een kans wil geven.
Een andere ingang kan zijn de stelling van de vrouw "Ik huwde hem niet met dit in gedachte"2; met andere woorden de vrouw heeft zich vergist, heeft gedwaald in de persoon(lijkheid) of het karakter van de bruidegom. De kidoesjien was derhalve ongeldig en dus is er geen get nodig. Een voorbeeld hiervan kan het gewelddadige karakter van de man zijn. In een vergelijkbaar geval heeft R. Mosje Feinstein3 het volgende beslist: ".. ..Met betrekking tot een vrouw die met een man trouwde waarvan het onmiddellijk na het huwelijk bekend werd dat hij impotent was en het huwelijk niet kon consumeren... als ze geweten had dat hij niet in staat was tot een sexuele relatie, zou ze zeker niet met hem getrouwd zijn....
160
1 Zie het in noot 327 genoemde artikel van J. David Bleich: "Kiddushei Ta'ut..", p. 95. Rabbijn Bleich is een van degenen die de toepassing van dit beginsel (vernietigen van het huwelijk) uiterst beperkt wil toepassen en zich daarbij beroept op de nader te noemen uitspraak van Resj Lakisj.
2 bBK nob waar gediscussieerd wordt over de situatie dat de weduwe een zwagerhuwelijk moet aangaan of een chalitza moet verrichten met een broer die aan melaatsheid lijdt. Als ze dit geweten had, was ze dat [eerste] huwelijk niet aangegaan. En daarom wordt dit huwelijk met haar eerste echtgenoot achteraf nietig verklaard waardoor ze na diens overlijden geen weduwe is en dus geen zwagerhuwelijk of een chalitza behoeft te ondergaan.
3 Iggrot Moshe, E.H. Vol. I, nr. 79.