ONTBINDING VAN HET HUWELIJK
huwelijk onder hun supervisie wordt gesloten, kunnen zij het ook desverzocht vernietigen.
In het tractaat Yewamoth1:
"...Het gebeurde te Naresj dat een man een minderjarige kidoesjien gaf [toen ze nog minderjarig was] en toen ze meerderjarig werd leidde hij haar onder de choepa.
Toen kwam er een andere man en plukte haar weg. En hoewel leerlingen van Rav aanwezig waren - R. Beroena en R. Chananeel - had zij geen get nodig van die tweede man ... omdat R. Asji zei: "hij handelde onfatsoenlijk en behandel hem ook onfatsoenlijk door dit [tweede] huwelijk te vernietigen."
En in het tractaat Bawa Batra2:
"...Amemar3 zei dat als een vrouw onder fysieke dwang toestemt in een huwelijk dan is dat geldig. Mar bar R. Asji zei: "Dit huwelijk is zeker niet geldig, hij behandelde haar niet zoals het behoort en daarom behoeven de rabbijnen hem ook niet fatsoenlijk te behandelen en kunnen ze dit huwelijk vernietigen..."."4
En ook op een viertal andere plaatsen in de Talmoed5 wordt melding gemaakt van deze bevoegdheid. In de Jeroesjalmi is deze regeling echter niet terug te vinden6 .
In de rabbijnse literatuur is er een heftige strijd of de rabbijnen deze bevoegdheid thans nog hebben44', en zo ja, of deze bevoegdheid zich beperkt tot de hiervoor vermelde voorbeelden, dan wel dat deze
159
1 bYew. iioa.
2 bBB 48b.
3 Dit is soms een verwijzing naar een anonymus.
4 Volgens Mar bar rav Ashi blijkt dat hoewel het huwelijk nietig is, het toch in het publiek moet worden verklaard.
5 bGitt. 33b en 73a, bKet. 3a en bYew. 90b.
6 R. Shear-Yashuv Cohen; "The Halachic and legal aspects of enforcement of Divorce in Israel". Conference Paper Eight Biennial Conference Jewish Law Association. Jerusalem 1994.