Joods huwelijks- en echtscheidingsrecht

Titel
Joods huwelijks- en echtscheidingsrecht

Jaar
2002

Druk
1994

Overig
1ed 1994

Pagina's
249



OVERZICHT VAN HET JOODSE HUWELIJKS- EN ECHTSCHEIDINGSRECHT

misbruik door zo'n broer te voorkomen, kon een get worden geschreven met als voorwaarde het overlijden van de man. Indien de voorwaarde werd vervuld, dat wil zeggen indien de man overleed, bleek retroactief dat de achterblijvende echtgenote geen weduwe maar een gescheiden vrouw was op wie geen leviraatsplicht rustte! 2. Ingeval een man een lange, gevaarlijke reis moest maken, of in militaire dienst ging. Omdat de Halacha geen rechtsvermoeden van overlijden kent, zou de vrouw, indien het overlijden niet zou kunnen worden bewezen, nimmer kunnen hertrouwen. De voorwaarde in dit geval was het verstrijken van een bepaalde tijd. Daarna kon de vrouw zich gescheiden beschouwen en hertrouwen. Ook in recentere periodes werd deze methode toegepast. In W.O.II waarbij Joodse soldaten in het Amerikaans leger een document Heten opstellen, waarin een schrijver voor een get werd benoemd en anderen als vertegenwoordiger voor het executeren van deze get, indien de wederwaardigheden van de soldaat binnen drie jaar na de algemene demobilisatie van het Amerikaanse leger onbekend bleven.1

Indien de get is geschreven en ondertekend door twee competente getuigen, dan vindt de overhandiging door de man aan de vrouw plaats. Ook hierbij dienen twee getuigen aanwezig te zijn. Pas als de get in het bezit van de vrouw komt, is de echtscheiding compleet. Dit is reeds het geval als de man haar de get toegooit, zodanig dat deze binnen haar bereik is gekomen2. Bijvoorbeeld als hij haar de get toegooit als zij zich in haar huis of haar tuin bevindt. Bij de afgifte moet de man expliciet vermelden dat het een echtscheidingsbrief betreft; misleidt hij de vrouw dan is de echtscheiding nietig.

In de hedendaagse praktijk vindt de procedure plaats ten overstaan van een rabbinale rechtbank. Nadat de get in het bezit van de vrouw is gekomen, geeft zij deze daarna terug aan de rabbinale rechtbank en wordt deze get ingescheurd en opgeborgen in de archieven van die

156

1  Responsa van Prof. Louis Ginzburg op E.H. 144:5. Ed. David Golinkin, JTS of America, New York/Jerusalem, 1976, p. 226 en R. Isaac Klein, noot 157, pp. 457460, "Sjetar Minoej Sjeliechoet". [Document ter benoeming van een vertegenwoordiger].

2  mGitt. 8:2.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.