ONTBINDING VAN HET HUWELIJK
zij persisteert in haar kinderwens, en het Beth Din is overtuigd van de gegrondheid en zuiverheid van haar kinderwens, dan moet de man haar een get geven. Volgens sommigen is hij hiertoe verplicht, volgens anderen kan hij aan haar wens voldoen.
De hierop betrekking hebbende tekst in de Misjna luidt:
"Vroeger heeft men gezegd: drie vrouwen worden gescheiden [d.w.z. de man is verplicht, ook tegen zijn wil]. Één die verklaart: "Ik ben onrein voor jou" [d.w.z. ik ben verkracht. Als ze de vrouw van een Priester is, mag ze niet gehuwd blijven. De reden is het priesterschap van haar man, niet haarzelf]4"", één die zegt: "De Hemel is tussen jou en mij" en één die zegt: "Ik ben aan de omgang met Joden onttrokken" [d.w.z. ik heb de gelofte afgelegd die mij de echtelijke omgang met Joden verbiedt]. Later heeft men bepaald, opdat de vrouw niet haar oog op een andere man zou vestigen en [haar omgang] met haar man onmogelijk zou maken [dat een vrouw] die zegt: "Ik ben onrein voor jou" een bewijs moet leveren voor haar bewering; [zegt een] "De Hemel is tussen jou en mij" dan handelt men langs de weg van verzoeken [d.w.z. men vraagt haar dringend de klacht niet meer te uiten], zegt een: "Ik ben aan de omgang met Joden verboden", dan moet hij het op hem betrekking hebbende deel [van de gelofte] nietig verklaren en dan kan zij met hem omgang hebben en blijft zij [de omgang met andere Joden] onttrokken."1
Het als tweede genoemde argument - de Hemel is tussen jou en mij -blijft; onduidelijk. Er worden twee verschillende uitleggingen gegeven in de Babylonische en in de Palestijnse Talmoed.
In de Babylonische Talmoed2 wordt gerefereerd aan de klacht van de vrouw dat de ejaculatie niet krachtig genoeg is, met andere woorden de man is onvruchtbaar.3 De discussie eindigt met de vooronderstelling van R. Hamnuna dat geen vrouw zich onbeschaamd gedraagt in de aanwezigheid van haar man. En daarom zou haar uitspraak zonder meer moeten worden geloofd en moet de man zich van haar scheiden. Maar, gaat de tekst verder, stel dat er wel sexuele omgang was maar de man
147
1 mNed. 11:12.
2 bNed. 91a.
3 Zie ook Elimelech Westreich, "Medicine and Jewish Law in the Rabinical Courts of Israel: Matters of infertility", JLA XII, 45-64,1997.