OVERZICHT VAN HET JOODSE HUWELIJKS- EN ECHTSCHEIDINGSRECHT
VII.z.b.2 Voor de Vrouw1
1. Ziekte of gebreken waarvan het bestaan voor de vrouw onbekend was voor het huwelijk, maar die haar bekend hadden kunnen zijn als zij ernaar had geïnformeerd, leveren geen grond voor echtscheiding op. Als echter de situatie verergert tot zo'n niveau dat, indien zij dat had geweten niet met hem zou zijn getrouwd, kan dit een grond voor echtscheiding opleveren.
2. Ziekte of gebreken die ontstaan na de huwelijkssluiting en die geen beperkingen opleveren voor geslachtsverkeer leveren geen grond op voor echtscheiding. Maimonides schrijft hierover2:
"Als het gebrek ontstond bij de man na de huwelijkssluiting, zelfs als hij een hand of een voet verloor, of blind werd en zijn vrouw wil niet langer met hem samenleven, is hij niet verplicht haar weg te zenden [te scheiden] en haar de ketoeba uit te betalen.
Als zij blijft weigeren met hem samen te leven, zendt hij haar weg zonder ketoeba, zoals iedere moredet [rebelse vrouw]."
3. Gebreken die ontstaan na de sluiting van het huwelijk en die de vrouw verhinderen geslachtsverkeer te hebben, ziekten die weerzin veroorzaken, gevaarlijke of besmettelijke ziekten, en werk dat stank oplevert zoals in de leerindustrie, worden ook als een gebrek gezien. Zo ook de onvruchtbaarheid van de man. Al deze gebreken leveren voor de vrouw een grond op om echtscheiding te verzoeken, en als de man weigert, kan hij worden gedwongen [door een Beth Din] om in te stemmen met de scheiding.
Als de vrouw echter met hem blijft samenwonen ondanks deze gebreken, mag worden aangenomen dat zij vrede heeft met de situatie en kan zij later dit niet als grond aanvoeren voor een scheiding, tenzij ze dit uitstel aannemelijk kan maken.3 Als de man geen kinderen kan verwekken en
146
1 Elimeleg Westreich: "The Rise and Decline of the Wife's Right to Divorce her Husband without fault in Medieval Jewish Law Between Muslim Culture and Christian Culture", Conference Paper, nth Biennial Conference of the Jewish Law Association. Zutphen/Holland, 2000.
2 Yad, Hilch. Eroesien 25:11.
3 In geval van een zwagerhuwelijk kan de weduwe om deze redenen weigeren met haar schoonbroer te huwen, mKet-7:io. Omdat bij ons - Ashkenazische Joden -de chalitza norm is en niet het leviraatshuwelijk, is dit een theoretische positie.