ONTBINDING VAN HET HUWELIJK
op], waarbij voor een vrouw nog wordt toegevoegd: een slechte geur en stank uit haar mond..."
Aan deze opsomming is door de rabbijnen nog toegevoegd:
1. Een zeer langdurig menstruatie, waardoor een vrouw door de regels van de rituele onreinheid (Niddah) niet zwanger kan worden
2. Het verheimelijken van een voorhuwelijkse zwangerschap als alleenstaande vrouw
3. Een ziekte die tot een onmiddellijke miskraam leidt
4. Een geestelijke ziekte die weliswaar was genezen vóórhaar huwelijk, maar die terugkomt gedurende haar zwangerschap en de partus.
Al deze gronden kunnen worden gebruikt alleen als zij niet bekend waren aan de man voor het huwelijk en hij ze ook niet had kunnen weten. Als echter een van deze gronden optreedt gedurende het huwelijk, maar de man wist het of kon het weten voor het huwelijk, is het geen grond voor echtscheiding en zeggen we [de rabbijnen] tegen hem: "Je akkers zijn ondergelopen"1. Dit is een voorbeeld van een aspect van een niet-sacraal huwelijk dat meer wijst op een civiel aspect van het Joodse huwelijk.
Ook als de vrouw permanent onvruchtbaar blijft en de man heeft geen kinderen is hij gerechtigd — volgens sommigen verplicht — zich van haar te scheiden.2 Als de situatie met betrekking tot de onvruchtbaarheid onduidelijk is, moet de man tien jaren wachten alvorens te kunnen scheiden. Als de vrouw dan niet instemt met de echtscheiding kan de man met een 'heter mea rabbaniem' een tweede vrouw nemen. Zoals hiervoor al beschreven kan een dergelijke 'heter' ook worden verkregen indien de vrouw mentaal niet in staat is de aard en strekking van de echtscheiding te begrijpen, of door een ziekte in een langdurig coma is terecht gekomen dan wel indien zij als vermist te boek staat.
145
1 Zie ook Yad, Hilch. Isjoet 25.
2 S.A.E.H. 154:10.