OVERZICHT VAN HET JOODSE HUWELIJKS- EN ECHTSCHEIDINGSRECHT
naar huis voerde (lesjeem isjoet venisoe'ien), is alsof bij de geslachtsgemeenschap die hij daarna met haar heeft er getuigen aanwezig zijn [d.w.z. dat huwelijk kan overeenkomstig de regels van de Halacha geldig worden geacht]."
Sommige autoriteiten zeggen dat er een get noodzakeüjk is vanwege "mar'it ayin" (niet de verkeerde indruk geven). Omdat de mensen dan niet zouden zeggen dat de man van zijn vrouw is gescheiden zonder haar een get te geven. Volgens dit standpunt zou, ingeval de man weigert zijn vrouw een get te geven of indien de man spoorloos is verdwenen, een mild standpunt moeten worden ingenomen; dat wil zeggen dat de vrouw kan hertrouwen zonder een get te hebben met betrekking tot haar eerdere huwelijk.
I.i.a Rabbijn dr. Samuel Holdheim
Het meest vergaande standpunt wordt ingenomen door rabbijn Samuel Holdheim. In zijn "Ueber die Autonomie der Rabbinen und das Princip der juedische Ehe"1 analyseert Holdheim de dinee kidoesjien (wetten van het huwelijk) waarbij hij zich concentreert op de verschillende transacties waarbij 'kinjan' nodig is. Hij betoogt dat de Halacha daarbij het begrip 'kinjan' gebruikt in de betekenis dat een persoon vrijwillig juridische rechten en verplichtingen op zich neemt zoals eigendom en schulden. Hij stelt, na analyse van die verschillende transacties, dat een huwelijk naar Joods recht een civiele handeling (dinee mamonot) is, en geen religieuze handeling (dinee issoera). De consequentie van deze conclusie is - en deze wordt ook door Holdheim getrokken - dat op basis van de 'dina demalchoeta dina -regel' het locale seculiere recht boven het Joodse recht gaat en dat dus een civiel huwelijk gelijk is aan een huwelijk overeenkomstig de regels van de Halacha.
Dit standpunt van Holdheim riep direct scherpe reacties op, met name bij de orthodoxe rabbijnen. Rabbijn Samson Raphael Hirsch in zijn "Zweite Mitteilungen aus einem Briefwechsel ueber die neuste juedische
128
1 Verlag der K. Und K. Buchhandlung. Schwerin 1843. Geschreven als reactie op een antisemitisch geschrift van de protestantse theoloog Bruno Breuer. Deze theoloog betoogde in dit geschrift dat emancipatie van de }oden van nature niet mogelijk is omdat ze altijd een 'vreemd element' büjven.