HALACHISCHE STATUS VAN CIVIELE HUWELIJKEN
samenlevingsvorm is geen get nodig1, omdat de man aan getuigen niet heeft gemeld dat met dit samenleven werd beoogd te voldoen aan de eisen van kidoesjien. Di Trani volgt hier de Rambam2.
Tenslotte wordt vanaf het begin van de zestiende eeuw de vraag of aan civiele huwelijken een halachische status moet worden toegekend, uitvoerig besproken in de halachische literatuur.3 Deze vraag ontstond door de eis van de burgerhjke overheid om een huwelijk ten overstaan van door deze overheid erkende functionarissen te sluiten. In Nederland wordt deze samenlevingsvorm voor het eerst geïntroduceerd in 1580. De discussie heeft alleen betrekking op dit type huwelijken gesloten uitsluitend tussen Joden. Een burgerrechtelijk huwelijk gesloten tussen een Jood en een niet-Jood heeft geen enkele status in de Halacha, omdat een dergelijk huwelijk volgens de Halacha niet is toegestaan, en niet geldig is.
Dit laatste behoeft enige relativering in die gevallen waarin de niet-Joodse partner later toetreedt tot het Jodendom. De vraag is dan of een civielrechtelijk huwelijk toch niet halachisch relevant kan worden geacht, in die zin dat in geval van echtscheiding om elke twijfel weg te nemen er toch een get moet worden gegeven.
Met civiele huwelijk bedoel ik seculiere huwelijken gesloten ten overstaan van de burgerlijke autoriteiten in de aanwezigheid van twee getuigen.
De vraag naar een dergelijke status moet worden beperkt tot de wijze van huwelijkssluiting zelf. De vraag naar de juridische geldigheid of juri-
121
1 R. Josef di Trani. Novellae at Kidsoesjien (ed. Venetie 1645, no 63) geciteerd in Boaz Cohen: "Law and Tradition in Judaism". Ktav Publ. House. New York. 1969 p. 241.
2 Yad, Hilch. Geroesjien 10:19.
3 Zie Rabbijn Charlap in zijn "Leshe'eelat niesoe'im ezrachie'jim: Ha'im tsericha get?" [Betreffende een Civiel Huwelijk- heeft zij een scheidingsbrief nodig?], beit midrasj, 1941; Domb T., "Hanieseet beniesoe'im ezrachie'jim - Ha'im tsericha get?", [zij die civiel huwt - heeft zij een scheidingsbrief nodig?], Noam 2,1959, 235 en Rott M., "Iesha hanieseet beniesoe'im ezrachie'jim - Ha'im tsericha get?" [een vrouw die civiel is getrouwd - heeft zij een scheidingsbrief nodig?], Or Ha-mizrach 3(1), 1956, 15. 45-66. Het onderwerp is weer behandeld door de Dayan Shlomo Dichovski, "niesoe'im ezrachie'jim" [Civiel Huwelijk], Techumin 2,1981, p. 252, en ook academisch door Pinchas Shiffman, "Mie mefageed mieniesoe'im ezrachie'jim?" [wie is bang voor een Civiel Huwelijk], 1995.