OVERZICHT VAN HET JOODSE HUWELIJKS- EN ECHTSCHEIDINGSRECHT
Door het ontbreken van een onomstreden datering - de Talmoed is geen geschiedenisboek, maar een weergave van de verschillende discussies waarbij, volgens de tekst althans, rabbijnen uit verschillende periodes met elkaar in gesprek zijn - is het dubieus om voor een bepaalde opvatting te kiezen; beiden kunnen gelijk of ongelijk hebben. Een verwijzing naar Sjimon ben Sjetach betekent slechts dat het instituut niet van een latere datum is en dit geldt evenzeer voor een verwijzing naar de profeet Jeremijahoe, die leefde ten tijde van de Verwoesting van de Eerste Tempel en de Babylonische Gevangenschap. Bij Jerimijahoe geldt voorts nog dat deze het in 32: 8-12 niet over de Ketoeba of huwelijk heeft maar over de koop van akkers. Door de koop van onroerende zaken gelijk te stellen met het verwerven van een bruid, levert dit geen bijdrage aan een nauwkeuriger datering van de oorsprong van de ketoeba.
Zeker is echter dat de ketoeba is ontwikkeld ter bescherming van de vrouw tegen een lichtvaardige echtscheiding.
V.i.b Historische Lijn
Als niet-rabbijnse bronnen met betrekking tot het huwelijksrecht kunnen worden beschouwd het Boek Tobit en de papyri van het Joodse garnizoen in Elephantine1 met Grieks-Egyptische huwelijkscontracten.
V.i.b.i Het Boek Tobit
In het Boek Tobit37״ wordt in hoofdstuk VII, 12-14 beschreven hoe een potentiële erfgename met een man uit dezelfde stam huwt: "Tobit zei: "Ik eet niet totdat ze aan mij wordt gegeven". Daarop zei Raguel:
110
1 Ten tijde van de Perzische overheersing van Egypte - vanaf 525 v.Chr. - was er een legioen van Joodse huurlingen aan de zuidgrens gelegerd ter bescherming. Niet is bekend tot wanneer dit garnizoen er bleef. Het is niet uitgesloten dat bij de wisseling van de macht het garnizoen in stand bleef. Zie Encycl. Jud. Vol. 6. pp. 604-609.