HUWELIJKSCONTRACT (KETOEBA)
de uitbetaling van het geld. Een concubine heeft deze zekerheid niet; zij is afhankelijk van de goede wil van de erfgenamen.
Omdat een takkana moet berusten op een regel uit de Bijbel wordt deze verbonden met de hiervoor vermelde regel uit Sjemoth 22:15.
Epstein stelt dat de ketoeba ouder is dan de sjtar kidoesjien en Bijbels van oorsprong is. Het bewijs hiervoor is dat, nu in de Bijbel wordt vermeld dat een huwelijk wordt beëindigd door echtscheiding waartoe een document - sefer keritoet - noodzakelijk is (Dew. 24:1), een huwelijk ook slechts kan worden aangevangen met een document.1 Hoewel dit een logische redenering is, behoeft ze daarom nog niet historisch waar te zijn.
Epstein stelt voorts dat het gebruik van documenten bij rechtshandelingen vermoedelijk Babylonisch van oorsprong is - zie de codex Hammurabi2' - en dat het geschreven huwelijkscontract evenals andere commerciële documenten via Babyion in het Joodse recht is terechtgekomen. Ook andere auteurs, waaronder Asjer Gulak3, wijzen op een niet-Joodse oorsprong van het gebruik van documenten bij rechtshandelingen.
Voorts wijst Epstein op een passage in het boek Tobit waarin sprake is van een document, dat hij als een voorloper van de ketoeba ziet. Ook Buechler4 en Kaufmann5°4 zien in het document een ketoeba, evenals Stummer.6 Bij een verdere bespreking van deze passage uit het boek Tobit zal ik hier nader op ingaan.
109
1 Zie bKid. 5a: zoals bij het uitgaan (scheiding) een document nodig is, zo ook bij het ontstaan (huwelijk).
2 JMC o.c. 52, pag. 17. Markham J. Gelier: "New Sources for the origins ofthe Rabbinic Ketubah". Hebrew Union College Annual. Vol. XLIX. Cincinatti 1978. p. 228.
3 o.c. 299.
4 A. Buechler; "The Jewish Betrothal and the position of a woman betrothed to a priest in the first and the second century". In 'Studies in Jewish History', Oxford University Press. London 1956. pp. 126-159.
5 D. Kaufmann. Monatschrift fuer die Geschichte und Wissenschaft des Judenthums (MGWJ) 1897. p. 213.
6 F. Stummer: "Das Buch Tobit". Echter-Verlag.Wuerzburg 1950. p. 22.