VERPLICHTINGEN EN RECHTEN
Babylonische Talmoed1 is de reden de op de man rustende verplichting om de vrouw vrij te kopen als zij werd gegijzeld. Met Epstein ben ik van mening dat de Palestijnse traditie logischer lijkt; hij die zorgt mag ook de opbrengst gebruiken. Niet privé, maar ten behoeve van het gezamenlijke huishouden2'. Volgens een eerdere traditie kan de man afstand doen van dit recht waardoor ook zijn verplichting tot het eventueel vrijkopen van zijn vrouw komt te vervallen, maar de latere rabbijnen weerspreken deze traditie; het is geen privilege van de man welk hij naar believen kan uitoefenen3.
Wat daar ook van zij, de (gehuwde) vrouw is in het Joodse recht nimmer handelingsonbekwaam geweest zoals dit in Nederland tot 1957 wel het geval was.4
IV.3 Samenvatting
Uit het voorgaande moge blijken dat door een huwelijk naar Joods recht5 voor de echteheden een aantal verplichtingen en rechten ontstaan.
De verplichtingen van de man worden vastgelegd, als een deel van de Kidoesjien, in het huwelijkscontract (de 'ketoeba'), welke voor de choepa6 moet worden ondertekend. Deze contracten waren aanvankelijk geheel individueel, maar allengs ontstonden er standaardcontracten, waarin niet elke verplichting afzonderlijk werd opgenomen, maar in een algemene formule werd gegoten.
99
1 bK.et.47b.
2 bKet. 8oa-b.
3 bBB49benbGitt.77a.
4 Zie Shulamiet Valer, "Ma'amad Ha-Aroesot Ve-Ha-Nesoe'ot Be-Nichseehen" [de positie van de verloofde en de gehuwde vrouw met betrekking tot haar eigendom], Dine Jisrael 19, pp. 139-160. Vergelijk met de diverse mogelijkheden in het Romeinse recht: Aharon Kirschenbaum, "Sons, Slaves and Freedmen in Roman Commerce", Jerusalem, 1987, hoofdstuk 1,4.
5 D.w.z. na de choepa.
6 D.w.z. in ieder geval voor het zeggen van de Zeven Zegenspreuken (Sjewa Berachot).