— 196 —
op de staathuishoudkunde” die later volkomener is gemaakt door „Das Kapital”, bezig te houden.
Na de Revolutie van 1848 in Duitschland, door de verandering van de toestanden, welke Marx e. d. weder de gelegenheid verschaften naar Duitschland terug te keeren, richtte hij met medewerking van vrienden waaronder ook Engels in Keulen de „Neue Rheinische Zeitung” op. Het eerste nummer van dit blad, dat zich onmiddllijk in de politiek op streng demokratischen en in sociale dingen op communistischen grondslag plaatste, verscheen 1 Juni 1848. Onder zijne tijdelijke medewerkers telde het blad o. a. de jonge Ferdinand Lasalle, die eenige jaren later in Duitschland als pionier der socialistische beweging zulk een groote rol zou spelen.
Maar de reaktie had in Duitschland en vooral in Pruissen, spoedig weder gezegevierd en met meer dan twee dozijn processen beladen wegens wederspannigheid, en voornamelijk om haar aansporen tot het weigeren van belastingbetalen aan eene re-geering, die de pas verworven rechten der burgerij met voeten trad, moest de „Neue Rheinische Zeitung” den 19® Mei 1849 ophouden te verschijnen.
Freiligrath de dichter had voor dit laatste nummer de volgende dichtregelen geschreven:
„Kein offner Hieb in offner Schlacht —
Es fallen die Mficken und Tücken,
Es fallt mich die schleichende niedertracht Der Schmutzigen Westkalmücken!
Aus dem hinderhalt fielen die Streiche —
Und so lieg ich nun da, in meinen Kraft,
Eine stolze Rebellenleiche!
* *
*
Marx toog weder naar Parijs, waar hij de later beroemd geworden historische schets van de fransche Revolutie van 1848 schreef, die de eerste toepassing van zijn geschiedschrijvingsme-thode op de gebeurtenissen van den dag was.
Deze artikelen-reeks later uitgegeven onder dentifel: „de Burgeroorlog in Frankrijk,” is later aangevuld met een niet minder prachtige historische analyse van de overwinning der reaktie in Frankrijk onder Napoleon IQ, door Marx betiteld met „Der 18eBrumaire des Louis Bonaparte.” Ook over de duitsche Revolutie van 1848 zijn toen door Marx artikelen geschreven, die voor eenige jaren