Karl Marx en zijne voorgangers

Titel
Karl Marx en zijne voorgangers

Jaar
1902

Overig
Serie: De groote denkers der eeuwen ......

Pagina's
300



192

communistische samenleving, zal de opgehoopte arbeid slechts een middel zijn om het levensproces van den arbeider te verruimen, te verrijken en te bevorderen.

In de burgerlijke samenleving heerscht dus het verleden over het heden, in het communisme zal het heden over het verleden heerschen. In de burgerlijke samenleving is het kapitaal zelfstandig en persoonlijk, terwijl het werkende individu ónzelfstandig en önpersoonlijk is.”....

„Gij werpt ons voor,” zoo roept het Manifest den tegenstanders toe, „dat wij uw eigendom willen afschaffen! Zeker, dat is zoo!

„Van af het oogenblik, waarin de arbeid niet meer kan worden omgezet in kapitaal, geld of grondrente, in ’t kort tot een monopoliseerbaar iets kan worden gemaakt.... van dat oogenblik af, verklaart gij den persoon voor opgeheven.”

„Gij stemt aldus toe, dat gij onder den persoon, niemand anders verstaat dan den bourgeois, den burgerlijken bezitter. En deze persoon nu, zal zeer zeker moeten ophouden te bestaan!

Het communisme beneemt niemand de macht zich maatschappelijke produkten toe te eigenen, het beneemt alleen hem de macht, door middel van vreemden arbeid anderen te onderdrukken.”

„Men wierp ons voor, met de opheffing van het privaatbezit zal alle werkzaamheid ophouden te bestaan en eene algemeene luiheid zal er heerschen.

Ware dat zoo, dan moest de burgerlijke maatschappij reeds sints lang aan luiheid te gronde gegaan zijn; want die in haar arbeiden, worden niet rijker en die in haar rijker worden, arbei- 0! den niet. De gansche bedenking loopt uit op de tautologie, dat er geen loonarbeid meer bestaat, zoodra er geen kapitaal meer bestaat.”

Het „Manifest” weerlegt vervolgens alle aanklachten, die van idëologisch, philosophisch en religieus standpunt gemaakt zijn tegen het Communisme. „Met de levensverhoudingen der menschen,” zegt het, „met het maatschappelijk bestaan, veranderen ook hunne voorstellingen, beschouwingen en begrippen, in één woord verandert hun bewustzijn. Wat bewijst de geschiedenis anders, dan dat de geestelijke voortbrenging, verandert met de materieele? De heerschende ideën van een zekeren tijd, waren altijd maar de ideën van de in dien tijd heerschende klasse.

Men spreekt van ideën welke eene gansche samenleving revolutioneeren; men constateert daarmede het feit, dat zich binnen het raam van de oude samenleving de elementen tot

I

i

i

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.