wilt blijven, moet je wat bestellen/ ‘Ik wil ook wat bestellen,’ zei Henri, hij moest flink doen voor Mietje maar hij voelde zijn hart kloppen nu hij voor het eerst van zijn leven iets bestellen moest. ‘We willen allebei een glas gele limonade, wat kost dat? De kelner veegde opeens beleefd het tafeltje af, ‘dertig cent per glas,’ zei hij en ging de consumptie halen. Henri berekende opgelucht dat hij nog veel meer dan zestig centen had, maar toen schoot een schrik door zijn hart, want hij had natuurlijk van tevoren moeten vragen wat Mietje hebben wilde en misschien had ze dan wel ijs gekozen. Hij zuchtte, het was akelig dat men achteraf pas wist hoe het moest als men de dingen al verkeerd had gedaan. ‘Had je liever ijs gewild?’ vroeg hij en nam zich voor om dan maar zelf de twee glazen limonade leeg te drinken. Maar Mietje schudde beslist van neen. ‘Het ijs is veel te duur hier!’ zei ze en wees naar de boomstam met het tarief dat Henri nu pas voor het eerst zag.
Hij betaalde de kelner meteen, dan hoefde hij de man later niet nog eens te wenken en toen was dat gelukkig voorbij en stonden de mooie oranjegele glazen tussen hen in. ‘Lekker,’ zei Mietje, ‘ik had toch zo’n mieterse dorst!’ - Waarom heb je dat dan niet eerder gezegd?’ vroeg Henri. ‘Nou, de jongen moet toch vragen, of het meisje iets drinken wil!’ En ze lachte een grappig lachje, dat Henri nog niet van haar kende. Of ze hem voor de mal hield met iets dat hij niet begreep. Hij lachte maar net zo terug.
Ze trokken de limonade door de rietjes hoog op naar hun mond, het was jammer dat het glas zo smal was en dus te gauw leeg werd. Mietje blies bellen in haar glas, maar dat vond Henri toch te kinderachtig en ook een beetje ongemanierd.
‘Niet doen, dat is niet netjes,’ zei hij, de woorden waren hem zomaar ontvallen. Tot zijn verbazing liet Mietje het dadelijk.
Ze zag hem zelfs een beetje schuldbewust aan en hij vond haar heel lief kijken zo. Nu merkte hij ook dat ze er anders uitzag dan op de gewone dagen als ze naar school ging, hij had wel de hele tijd al geweten dat er iets extra-leuks aan haar was, maar nu zag hij eerst precies hoe dat kwam. Ze droeg geen armeluiskleren! Ze had nu net zulke kleren als andere meisjes die hij kende, de jongejuffrouwen, die hij ontmoette als hij mee moest om visites te maken. Zé droeg een witte jurk, zonder ruitjesschort, en een lichtblauw lint om haar losse krullen. Die lagen anders plat naar achteren onder een ronde ijzeren kam, hoewel de dansende krulletjes op haar voorhoofd daar altijd onderuit glipten. Hij vond haar zo wel erg prettig om tegenover te zitten; met dezelfde kleren was ze toch veel leuker en lichter dan de donkere joodse kennisjes.
*Wat zie je er vandaag lollig uit!’ zei hij opeens.
92