Henri van de overkant

Titel
Henri van de overkant

Jaar
1936

Druk
1963

Overig
5ed 1963

Pagina's
255



verkeren.

Aan het donkere Indische beeld zag hij nu voor het eerst dat er ook nog anderen moesten zijn waaraan God zich vertoonde; de man die het beeld had gemaakt, had stellig ook gezien hoe God was.

De jongen keek omhoog in de machtige zachte Boeddhablik van de gesloten ogen. Zijn lippen gingen vaneen, er was niets anders meer. De gouden parel tussen de wenkbrauwbogen stond midden in zijn eigen hart, een gouden korrel van vrede in de schil van zijn be-staantje. Hij wist niet meer dat hij Henri Godschalk heette en dat hij met Mietje-van-de-overkant in Artis zat. Er waren geen namen meer en geen dingen, alleen een naamloze lichte blijdschap, die hij herkende omdat ze altijd ergens moest zijn geweest. Zijn hersens dachten er zelfs niet over of dit nu God zou kunnen zijn, ze koesterden zich mee in het grote wijde geluk, dat overal in en om hem was.

Het duurde maar heel even, een paar ogenblikken, - toen was alles weer gewoon. Mietje had niet eens iets aan hem gemerkt. Ze had juist een klein cypers katje opgeraapt uit het gras en zat er nu heerlijk op haar schoot mee te spelen, haar handen gleden tevreden over het zachte velletje. Ze hield Henri het diertje voor, - eerst zag hij niets, maar later voelde hij met een wijsvinger langs het kleine weke schedeltje. Het was wel mooi rond en lief, maar het kon hem toch niet veel schelen. Hij stond op en ging naar het Boeddhabeeld — het glimlachte alweer gewoon over hem heen. ‘Kom!’ zei hij ‘laten we nu maar gaan. Eerst naar de zeeleeuwen, die moet je ook zien. Die duiken toch zo prachtig, - haast net zo mooi als een ster die valt.’

‘Wat zeg jij toch een gekke dingen,’ verwonderde zich Mietje. ‘Wacht maar, dan zal je wel zien wat ik meen.’ Henri had zijn arm door die van Mietje gestoken, het was vanzelf gegaan. Hij voelde zich een echt vriendje van haar en hij was ook wel een beetje trots dat hij haar alles kon vertellen en vertonen. Bij de zeeleeuwen hielp hij haar door de mensen heen, tot ze op de leuning om het bassin een eersteklas staanplaats had gevonden. ‘Kijk nu,’ zei hij, ‘daar komt er een aan, - zie je wat een prachtige bogen hij glijdt door het water, - en zo stil, zonder te spatten, - dat doet een vallende ster net zo.’

‘Als een ster valt, mag je een wens doen,’ peinsde Mietje.

‘Doe het dan nu ook maar, dat gaat net zo goed,’ zei Henri gul. Hij geloofde niet aan wensen-doen, maar hij wilde wel erg graag weten wat Mietje wenste.

De zeeleeuw naderde opnieuw in zijn glijdende golfbeweging, het was inderdaad erg mooi, hoewel Mietje toch niet begreep hoe Hen-

87

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.