Henri van de overkant

Titel
Henri van de overkant

Jaar
1936

Druk
1963

Overig
5ed 1963

Pagina's
255



rugviel in de achterlijke bezweringswijzen van een bijgelovig getto. Hij slikte even. De vuisten van zijn vader waren weer losgegaan, mijnheer Godschalks gezicht was zo oud, zo oud ondanks het zwartgeverfde haar. Het was een al te pijnlijk schouwspel - een coulisse die omviel, - zijn overgesoigneerde vader, die zichtbaar werd in al zijn hopeloosheid, machteloosheid en ouderdom.

‘Denkt u er maar eens over,’ zei Henri zachtjes.

Mijnheer Godschalk fronste zijn voorhoofd in pijn. ‘Er over denken? Er over denken, snotneus! Ga uit mijn ogen, zeg ik je. Ga uit mijn ogen!’

Henri keerde zich af en ging naar de voordeur, hij hoorde nog hoe zijn vader zich insloot in het privékantoor. Het kermde in hem van medelijden, - maar hij stapte naar buiten in de zonneschijn.

Hij liep over de brug, het huis lag achter hem. Hij stapte over de hobbelige keien, tot aan het smalle stoepje van Mietje, waar de voordeur openstond naar de steile traptreden.

Hij klom voorzichtig, een hand aan het vettig touw. Tweehoog klopte hij aan de geelgeschilderde deur, Mietje deed open. Ze glimlachte met heel haar rond, blozend gezichtje en even, in het smalle gangetje, boog haar rug achteruit tegen zijn borst. Hij gaf haar heup een zacht drukje. Toen stonden ze in het voorkamertje.

De kanaries zongen, allemaal tegelijk, het schetterde door het vertrek. Het grote portret van Domela blikkerde van de zonnestralen die in het glas kaatsten, en de ronde stolp met de Australische paradijsvogel schudde alle kleuren van het spectrum langs de wanden. Midden onder de hanglamp stond de tafel met de gedraaide maho-niepoten en het groene glimmendgewreven zeilovertrek, daarop wachtte het theeblad, met witte kopjes, een bruin melkkannetje, en een boerenblauwe suikerpot. Een klein ros vlammetje brandde in het melkglazen komfoor onder een pruttelende koffiekan.

In de leunstoel bij het raam waarvoor de was klapperde, zat Miet-je’s opoe. Ze droeg het zwartwollen mutsje van de vorige keer en breide aan een helblauwe manssok.

‘Zo jongeheer,* zei ze. ‘Ben je daar weer eens?’

‘Ja juffrouw Glaans,’ zei Henri.

Een onderzoekende blik streek over de jongen, de wetende oude-vrouwenogen knipten wijdopen en toen weer dicht.

‘’t Is of je hebt geroken dat Mietje thuis is, - casueel dat die vandaag net de lijn trekt. Afijn, ze moet zelf weten wat ze doet.’ ‘Precies,’ zei Mietje, ‘Henri, wil je een kop koffie?’

249

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.