Henri van de overkant

Titel
Henri van de overkant

Jaar
1936

Druk
1963

Overig
5ed 1963

Pagina's
255



Hij ademde diep de geurige buitenlucht in. ‘Nu zitten al die anderen daar op school te zweten, god-weet-waarvoor...’ zei hij.

‘Stil zweten laten,’ zei Mietje. ‘Daar moet je helemaal niet over denken, die anderen moeten maar zelf weten wat ze doen. Jij loopt hier.’

‘Gek, dat niemand er ooit aan denkt, dat het ook anders zou kunnen.’

Mietje keek verstoord omhoog. ‘Denk nu eens niet aan “anders” en de “anderen”. Kijk, daar heb je het vuurtoreneilandje van Dur-gerdam.’ Ze wees naar de groene graswalletjes. ‘Nou heb je daar opzij een weitje, daar zie je niets dan het land en de zee.’

Henri liet zich meenemen. Ze stapten van het wegje in het hoge zachte gras, voorzichtig trokken ze hun knieën omhoog om zo min mogelijk bloemen te vertrappen. Er stonden grote witte margrieten met gouden harten en diepblauwe hondsdraf, goudglanzende ranonkels en de luchtige pluisbollen van de paardebloem. Alle bloemen en ook het gras leken zwaarder te bloeien en hoger te groeien dan in de andere weiden. Men kon zien dat het veldje braak mocht liggen en dat het dicht bij een groot water was, - de kruiden bloeiden vochtig.

‘Hè wat fijn!’ zei Mietje. Ze had zich neer laten glijden tegen het lage dijkje, een witte meeuw hief zich plotseling vleugelklepperend van de grond. Toen nog een en toen nog een.

‘We maken ze aan ’t schrikken,’ zei Henri. Hij ging naast haar zitten. Eerst wilde zijn rug zich ook weg laten zakken in het gras maar toen bleef hij overeind om de statige witte meeuwen te zien spelen tegen de blauwe lucht.

De zon stond nu op middaghoogte, recht boven hun hoofden. Het zoemend, gonzend gerucht van de bijen en krekels was het geluid van de zon, het trilde overal rondom, aan hun oren en boven de bloemen, ook kwam het op waaiende warmtegolven van heel ver, waar het geen geluid meer was, alleen zonneschijn.

Mietje had haar ogen gesloten. Henri keek neer op haar gezichtje, het lag op het dikke gras, alsof ze het eindelijk had mogen neerleggen op het kussen dat erbij hoorde en nu heerlijk wilde gaan slapen. Haar hele, lieve, losgelegde lichaam rustte zo eenvoudig en tevreden tegen de halmen en de bloemen, dat Henri zich moest uitstrekken langs haar heen.

Even sloeg ze vol haar ogen op, het waren aandachtig gelukkige ogen, toen sloot zij ze weer langzaam. Henri legde zijn arm om haar middel, zijn ogen bleven open.

‘Zo hebben we nog nooit gelegen,’ zei hij. Het was zo, - als ze vroeger wandelden, gingen ze ergens zitten waar hij tekenen kon

243

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.