Henri van de overkant

Titel
Henri van de overkant

Jaar
1936

Druk
1963

Overig
5ed 1963

Pagina's
255



nog eens willen ontmoeten/

Thuis hebben ze de pest aan ze/ zei Mietje, ‘maar mij kunnen ze niet schelen/

‘’t Is toch net of ze meer weten dan gewone mensen/ zei Henri peinzend. ‘Die oude man zei iets over een tekening van me, dat heb ik nooit kunnen vergeten, - hij was natuurlijk niet helemaal heilig maar wel erg wijs/

‘Och larie/ zei Mietje. ‘Natuurlijk moet je wel wijs worden als iedereen je komt vertellen wat niemand anders weten mag. Daarvoor hoef je geen pastoor te wezen. -Kijk eens hoe lollig dat veulen daar gaat!’

Henri keek, het veulen was inderdaad lollig, het zwaaide op vier lange onvaste benen tussen een troep vluchtende roze biggen door. Hij moest erom lachen en Mietje stak haar arm door de zijne.

Ze gingen verder, een jongen en een meisje dicht naast elkaar. Henri had het grote pak kersen nog onder zijn arm, nu merkte hij dat ook Mietje nog haar pakje droeg. ‘Geef op die kersen/ zei hij.

‘Knijp ze niet fijn/ waarschuwde Mietje. Hij stortte haar kersen over in zijn pak. ‘Zo/ zei hij, ‘we delen immers toch samen/ ‘Natuurlijk/ zei Mietje, ‘geef vast een paar/

Hij greep wat kersen en hield ze boven haar lippen, maar toen ze happen wilde, trok hij terug. ‘Mispoes!’ zei hij en stak ze in zijn eigen mond.

‘Wel verdorie, dat noemt hij delen!’ Met een haastige greep trok ze een plukje kersen uit het pak, dat door de onverhoedse ruk weggleed uit Henri’s handen. Het viel open langs de grasrand, overal in het rond lagen de kersen verspreid.

Mietje zamelde ze haastig bijeen. ‘Gooi toch weg/ zei Henri, ‘kijk eens waar ze gelegen hebben!’ En hij wees naar een kwak koemest, vlakbij.

‘Zuivere koeiestront/ zei Mietje. ‘Wacht maar, ik zal ze wel wassen.’ Ze daalde met kleine pasjes af langs de dijk naar de sloot, waar ze ijverig ging spoelen.

Even stond Henri perplex, hij had juist in de krant iets gelezen over het verband tussen tyfus-epidemieën en boerensloten. Maar Mietje was zo toegewijd bezig, dat hij de tyfusangst welbewust zijn rug toekeerde.

‘Zo/ zei Mietje, ‘nu zijn ze schoon. Laten we ze nu meteen opeten anders worden ze beurs. Vooruit, we eten om de laatste/ ‘Wat moet dat met die laatste?’

‘Wie de laatste heeft, moet de volgende maal trakteren, maar hij mag meteen al de meisjes zoenen/ onderwees Mietje.

‘Dat kan/ zei Henri.

241

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.