Henri van de overkant

Titel
Henri van de overkant

Jaar
1936

Druk
1963

Overig
5ed 1963

Pagina's
255



afdoende was. Haar hoofd hield ze achteruitgebogen om hem aan te zien, hij kon niet helpen dat hij verder kijken moest langs haar melkblanke hals in het katoenen lijfje waaronder haar kleine stevige borsten omhoogdrongen. Zijn eigen lichaam voelde hoe energiek zij stond gespannen, en vond dat prettig.

‘Dacht je dat ik deed wat ze thuis willen?’ ging zij voort.

‘Toen ik van dat ouwe lijk ben weggelopen, wilden ze allemaal wat anders, - mijn opoe wou dat ik een nieuwe dienst zou zoeken en mijn moeders man wist een baan voor me als buffetjuffrouw, -stikken kan-ie. “Gekheid,” zei ik, “ik laat me niet meer op mijn kop zitten door een mevrouw en evengoed verdom ik het om me te laten kietelen door een stel ouwe zuiplappen. Ik wil een vak leren.” Nou, en nou zit ik achter het knoopsgatenmachien bij Kattenburg!’

‘Dat heb je me de vorige maal ook al verteld!’ zei Henri.

‘Ik zal het je verdomme wel driemaal vertellen als ik zin heb!’ riep Mietje. ‘Zie je dan niet, dat je nooit hoeft te doen wat de anderen willen, als je zelf maar weet wat je wil!’

‘Wil ik dan iets?’ dacht Henri. ‘Is er iets dat ik werkelijk wil?’ Het was een grote vraag. Hij keek nog neer in Mietje’s agressief glinsterende ogen, maar tegelijk was hij aan het zoeken, heel diep in zichzelf, of hij dan niet werkelijk eens helemaal echt iets wilde. Maar er was niets, - daar, in die laatste diepte, was niets dat wilde, er was alleen de gewone rustige blijdschap van zijn ikgevoel, het onverstoorbaar genot dat hij zichzelf was en zich voelde bestaan. Anders kon hij niet vinden.

Er kwam een vage glimlach om zijn mond. Mietje keek toe, het was de glimlach die ze in hem liefhad maar niet begreep.

‘Zeg eens wat!’ drong ze aan.

Toen kwam hij terug uit zichzelf, hij hoorde de vraag. Tegelijk merkte hij dat hij misschien toch wel iets wilde. Hij wilde iets verscheuren, hij voelde dat zijn vingers iets vernielen moesten. En tegelijk wist hij dat dat zijn schoolboeken waren.

‘Wat ik wil?’ vroeg hij en zijn voorhoofd neep zich samen, Vat ik wil? - Afzijn van de hele vervloekte rommel, van de boeken en het leren en de handel, dat wil ik. Geen diploma’s hebben en geen leerjaren en geen antiekzaak die op me blijft wachten, God, -alsjeblieft niet! Dat is het. Ik wil niet, niet, niet! Ik wil vrij zijn, helemaal vrij zijn, - misschien merk ik dan wat ik wèl wil!’

‘Zie je nou dat je het weet!’ triomfeerde Mietje. ‘Je hebt doodgewoon de pest in omdat je examen moet doen voor een ander zijn plezier. Is het waar of niet?’

239

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.