Henri van de overkant

Titel
Henri van de overkant

Jaar
1936

Druk
1963

Overig
5ed 1963

Pagina's
255



‘Heb je examen?’ vroeg Mietje. Ze keek de jongen aan, hij zag bleek en zijn oogleden hadden rode randen. Maar dat deed er niet toe, hij was goed en lief zoals hij was. Ze glimlachte, het was enig om zo in de vroege ochtend voor fabriekstijd met hem te staan praten, - heel haar hart was een tevreden plekje zon waarin een poes zit te spinnen.

Henri’s wenkbrauwen hadden zich samengetrokken. ‘Ja,’ zei hij, ‘ik heb eindexamen. Van de Handelsschool. Ik moet er komen ook.’ Waarom? Je hoeft toch geen echte handelsman te worden? Je wordt toch antiquair.’

Daar was het weer! De hele last van een leven dat op hem toekwam en dat hij niet zelf mocht kiezen, viel weer op hem neer, zijn ogen verloren opeens de gracht en de groene iepen, zijn schouders zakten naar voren.

‘Ik moet naar Berlijn in een kunsthandel om het vak te leren, en als je in Duitsland geen diploma kan laten zien, ben je helemaal niets.’

‘Maar je tekent zo prachtig!’ troostte Mietje.

Wat doet dat ertoe? Je hoeft toch niet te kunnen tekenen om schilderijen of antiek te verkopen.’

‘Allejezis!’ riep Mietje, ‘trek toch niet zo’n armezondaarssmoel! Als je geen zin hebt in de handel kan je het toch verdommen! -Mijn neef Piet wou naar zee en dat mocht-ie niet, die was in de leer gedaan bij een schoenmaker in de Bloedstraat, - nou toen heeft-ie ’m gesmeerd en nou vaart-ie!’

Een grappig plooitje trok langs haar mondhoek. Weet je, je vrind Mark zit tegenwoordig ieder ogenblik bij mijn opa, dan klessen ze alsmaar over de methodes van de klassenstrijd, - mijn opa is voor de sabotage en het lijdelijk verzet en de directe actie en je vrind zegt: dat is flauwe kul, laten de arbeiders zich eerst organiseren en dan het hele kapitalisme afschaffen, alles tegelijk. O jó, ze kennen toch zo hatelijk tekeer gaan tegen mekaar, en allemaal met mooie woorden. Maar als ik ernaast zit te luisteren dan denk ik: jullie praten toch allebei over hetzelfde, jullie willen dat de werkman zal verdommen om nog langer te werken voor.de rijkelui. Nou, en dat weet ikzelf al mijn leven lang, - wat je niet wil, dat kan je verdommen, doodgewoon.’

Ze stond rechtop omhoog te kijken in het gezicht van de jongen tegenover haar, ze zag zijn bleek, fijn gezicht veranderen bij haar woorden en voelde tevreden, dat hij naar haar luisteren moest. Henri zag neer op het springende blonde haar, het blanke gewelfde voorhoofd, de korte rechte neus daaronder en het volle rode mondje, dat zich zo beslist kon sluiten als ze iets had gezegd dat

238

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.