Henri van de overkant

Titel
Henri van de overkant

Jaar
1936

Druk
1963

Overig
5ed 1963

Pagina's
255



de krant ineen tot een vormloos pak, dat hij onder zijn arm stak. ‘Mag ik mijn pastels niet terug?’ vroeg Henri. Het was ondenkbaar, dat al die fijne krijtjes in de vuilnisbak zouden worden weggegooid, dat hij hun nog niet eens helemaal bekende kleuren nooit op papier zou zien.

‘Hoe durf je het te vragen,’ zei mijnheer Godschalk, ‘hoe durf je.’ Hij stond smal en oud en ongekamd in de te mooie zijden pyjama tegenover de lange jongeman, die al gekleed was voor de dag, hij voelde zichzelf zo staan. Even hoorde hij ook dat hij een meerder-heidstoon forceerde, maar hij verdrong die erkenning uit zijn bewustzijn. ‘Maak dat je wegkomt!’ beval hij.

Henri ging, maar kwam even later terug om zijn schoenen.

Terwijl hij ze aantrok bij de deur, zei mijnheer Godschalk: ‘Henri...’

‘Ja pa?’

‘Denk eraan dat ik over deze hele geschiedenis nooit meer een woord wil horen, - nooit - versta je? Ik wil er niet meer aan denken, - je bent nog een kind en weet niet wat je doet, - ik praat er met jou niet meer over.’

Hij reikte met twee moede handen naar zijn achterhoofd, streelde het langzaam en zei toen met zijn gewone zorgelijke stem:

‘Zorg maar dat je fit op je examen komt, dat is de hoofdzaak. We zullen allemaal maar vergeten wat er is gebeurd.’

Het ‘ja pa’ kon niet over Henri’s lippen. Hij keerde zich om en sloot de deur achter zich. Toen sloeg hij iets af van zijn handen, hij wist niet wat.

Hij stond in de lege gang en keek weifelend omhoog langs de trap naar zijn kamertje. Hij keek ook omlaag langs de rode smyma loper, die door het hele huis liep tot aan de hallmat voor de straatdeur.

De keukenmeid kwam voorbij, groette en zette het kleine ronde gangvenster op een haak. Meteen klingelde het heldere carillonwijs-je van de Zuidertoren naar binnen:

‘Vader ik ga reizen, geef mij geld en goed,

‘’k Ga naar verre landen en vertrek met spoed,

‘Ach, na weinig dagen leed hij grote nood,

‘Hij moest zwijnen hoeden voor zijn stukje brood.*

Toen galmden de zeven klokkeslagen, Henri telde tot de laatste helemaal was weggetrild. Hij stond nog op dezelfde plaats en voelde zijn voorhoofd hoog optrekken tot rimpels, hij kon daar niets tegen

235

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.