Henri van de overkant

Titel
Henri van de overkant

Jaar
1936

Druk
1963

Overig
5ed 1963

Pagina's
255



Voorzichtig duwde hij tegen de deur van het boudoir, die wel eens piepte. Hij zette zijn schoenen neer en keek om zich heen. Maar toen schrikte hij zo, dat zijn hoofd leegliep. Op het tapijt hurkte zijn vader, en veegde voorzichtig, zonder te rinkelen, de scherven en het krijt en de dode visjes, alles door elkander, op een stofblik. ‘Nee pa,’ zei Henri haastig, ‘laat mij dat doen!’ Hij liep naar zijn vader en wilde hem het blik afnemen, - het was een al te akelig, een haast onmogelijk gezicht, - zijn keurige vader in zijn zijden pyjama, kruipend langs de besmeurde vloer die hij schoon trachtte te vegen.

‘Blijf af,’ zei mijnheer Godschalk, ‘daar ben jij te onhandig voor. Raap die krijtjes op, in de hoek daar, - allemaal - en zorg dat je niets meer vertrapt, - we hoeven niet in opspraak te komen bij de meiden.’

Henri raapte en raapte, er waren nog vrijwat goede stukken, even verheugde hij zich. Hij had nu een handvol en stak die in zijn zak. ‘Neen! Hier!’ beval mijnheer Godschalk en stak het blik naar voren. Henri weifelde.

‘Gauw alsjeblieft!’ zei mijnheer Godschalk. Henri liet de pijpjes pastel uit zijn hand vallen, ze kletterden neer op het blik.

Mijnheer Godschalk begon nu voorzichtig de schuier te tippen over de plekken kleur die waren achtergebleven op het tapijt. Hij borstelde ingespannen maar losjes over een rode vlek, die vermiljoen kon zijn of bloed van een stukgetrapt visje. Zeker was het bloed, de vlek bleef.

Henri stond neer te zien op zijn vader, hij had zo’n groot medelijden en tegelijk zo’n afkeer. Het hoofd van zijn vader lag gebogen over de vlek die niet wilde verdwijnen.

En toen zag hij plotseling, dat zijn vader geverfde haren had. Mijnheer Godschalk had zijn haar nog niet gekamd, het was nu niet glad en glimmendzwart geplakt tot een compacte herencoiffure, maar lag in ordeloze strengen door elkaar. Henri kon precies zien hoe het was. De wortels van de haren waren grijs, bijna wit, dan kwam een klein stukje rood en eerst dan de lange zwarte einden die overdag bovenop lagen. De jongen rilde, dit was te erg. Waarom deed zijn vader zo iets? Waarom deed hij altijd anders dan andere vaders? De vader van Mark Zadoks had een dikke kuif van gezond grijs haar. Waarom wilde zijn eigen vader nog altijd zwart blijven? ‘Haal een krant!’ commandeerde mijnheer Godschalk. Henri kwam terug met het nog ongeopende Handelsblad van de vorige avond. Zijn vader lette daar echter ditmaal niet op, hij vouwde de krant open, liet het blik erop leegglijden en gaf dat toen over aan Henri. ‘Zo,’ zei hij, ‘breng het direct terug op zijn plaats.’ Zelf propte hij

234

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.