Henri van de overkant

Titel
Henri van de overkant

Jaar
1936

Druk
1963

Overig
5ed 1963

Pagina's
255



- jij hoer. Jij kleedt je uit voor de jongetjes, hè? - fijne prinses... Hier! dat ding.’

Zijn stem schoot uit. Kort en fel trok hij de tekening uit haar hand. Henri greep toe.

‘Het is van mij,’ hijgde hij, ‘van mij - u moet er afblijven.’

Met een ruk keerde Maurice Godschalk zich naar de jongen.

‘Van jou? Van jou? Wat is hier van jou? - Niets is van jou, -alles hier in huis is van mij, versta je! Geen scherf en geen splinter is er van jou, - dat zal je zien.’

Meteen reet hij de tekening doormidden dwars en overdwars, hij neep de stukken tussen duim en wijsvinger en scheurde met inspanning verder aan de vierdubbel dikke papierflarden.

‘Daar!’ schreeuwde hij en gooide de snippers voor Henri’s voeten. ‘En daar!’ Met een krak zette hij zijn hak in de pasteldoos die nog open op de vloer stond, de hak woelde met wellust door het pulverend krijt, een fijne, gekleurde stofwolk trok omhoog. ‘Daar! en daar!’ schreeuwde Maurice Godschalk, en stampte met twee voeten rond door de nu ordeloze hoop pastelstiften, die met kleine knakjes kraakten en uiteenvielen. In zijn uitzinnige woede sprong hij op en neer boven de stuivende kleuren tot alles plat lag. Hij greep naar het tekenbord, nam het tussen twee vuisten en zette zijn knie erop. Het weigerde, maar de aderen op zijn voorhoofd zwollen, en Henri hoorde het hout barsten met een doffe knal.

Toen moest de jongen vluchten, ergens heen, het was te veel. Bij de deur echter bleef hij staan, - in de kamer was het plotseling doodstil geworden, - wat ging er nu nog gebeuren? Wat ging er nog met tante Julie gebeuren?

Schuw keek hij achter zich. Julie steunde op doorgezakte knieën tegen de divan en staarde met een vreemde lege glimlach naar een krimpend goudvisje dat op haar vlakke hand lag te verbloeden. Zijn vader zocht tastend haar schouder, kortademig hijgend als een oud man.

Toen Henri in zijn kamer kwam, stak hij geen licht op, hij liep direct naar het raam en schoof het op met een ruk. Hij stak zijn hoofd naar buiten in de avondlucht, eerst hield hij zijn gezicht omhoog naar de sterren en toen boog hij zich voorover naar de diepte, naar de grachtkeien en het donkere water.

‘Als ik me laat vallen, springen mijn hersens uit elkaar tegen de stenen,’ dacht hij.

Dat was geen onaangename gedachte. De ellende in zijn h3rsens zou dan meteen uit zijn. Wel met een vreselijke schok en misschien

231

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.