Henri van de overkant

Titel
Henri van de overkant

Jaar
1936

Druk
1963

Overig
5ed 1963

Pagina's
255



rode chrysanten.

Henri durfde zich niet verroeren. Hij had vergeten dat hij was gekomen voor de goudvissen, hij dronk met gretige ogen de schoonheid, die zich daar voor hem opendeed, het geluk vloeide naar zijn borst als wijn.

Zo zag Julie hem staan, het tekenbord geklemd onder zijn arm. Eerst greep ze naar de afgegleden peignoir, maar toen kwam een hooghartige trek om haar lippen, haar hand liet de zijde weer gaan. ‘Wou je me zo tekenen?’ vroeg ze.

Henri slikte, zijn stem weigerde elke klank, daarom knikte hij. Buiten de gouden Hchtkring was de kamer halfduister, uit het huis kwam geen geluid, door het open venster golfden de geuren van heliotroop en reseda. De wereld was niet meer echt, hij stapte over in de droom.

Hij trok een stoel naar zich toe over het tapijt, en zette de pastel-doos naast zich neer op de grond. Zijn handen deden de dingen langzaam en precies zoals ze gedaan moesten worden, ergens gaf een onhoorbare muziek de maat van zijn bewegingen aan. Het tekenbord steunde tegen de tafel met de goudvissenbokaal en het lamplicht sidderde in dwarse schijnsels door het water, stille zwemmende schaduwen gleden nu en dan over zijn papier, het hinderde niet. Hij ademde op de ritmisch suizende kamerstilte, zo schetsten ook zijn handen, zo zocht hij met dromende ogen de kleuren uit zijn doos, zo gleden zijn ogen van het werk naar de wonderbare werkelijkheid en weer terug naar het werk.

Hij wist natuurlijk niet hoe lang hij zo werkte. Maar opeens merkte hij dat Julie niet rustig meer was, haar borst bewoog niet meer in de maat met de andere dingen.

‘Je moet niet bewegen,’ zei hij, nog altijd in de droom.

Julie had zich opgericht, ze schudde haar haren achteruit. ‘Het is te laat,’ zei ze, ‘je moet ophouden. Je vader kan dadelijk komen.’ Henri voelde zich wakker worden. Maar de droom was te diep, hij moest zich langzaam laten opstijgen. Nu zag hij wel niet meer de liggende, gouden vrouw, maar het beeld dat door zijn handen op het papier was gekomen, stond nog levend voor hem. Hij keek naar zijn werk, nog zonder kritiek, en hij lachte, een warme, gelukkige glimlach.

Langzaam stond hij op en rekte zich wijd.

Toen voelde hij dat Julie naast hem stond, hij voelde ook dat haar hoofd tegen zijn schouder ging rusten. Hij keek nog naar het werk, maar hij legde een arm over haar schouder; hij was zo dankbaar. En toen hoorde hij haar snikken, een korte snik. Haar armen gleden om hem heen en hij voelde haar hele levende warme vrouwen

229

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.